Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog maar 19 dagen, 4 uur, 49 minuten en 1 seconde om je aan te melden!

Straatfotografie in het donker: zo fotografeer je de stad 's avonds

Gepubliceerd op 29 oktober 2026

Eind oktober gaat de klok een uur terug. Je wint een uur slaap en levert er je middag voor in. Tegen zessen is het buiten donker. Wie na het werk nog even de straat op wil, loopt ineens door een andere stad.

Jonge vrouw met bril en bontmuts op een verlichte winkelstraat in Amsterdam, 's avonds, met veel lichtjes op de achtergrond
Amsterdam, 's avonds. De hele winkelstraat wordt één grote lamp.

Ik vind dat eigenlijk geen slecht nieuws. Het licht komt 's avonds uit etalages, lantaarnpalen en ramen. Mensen lopen sneller, met de kraag omhoog. En alles wat overdag rommelig in je achtergrond staat, verdwijnt gewoon in het zwart.

Straatfotografie in de avond vraagt wel andere keuzes dan overdag. Je camera moet harder werken, scherpstellen gaat lastiger en je moet een beetje vrede sluiten met ruis. De basis voor overdag staat in de beste instellingen voor straatfotografie. Hier gaat het over wat er verandert als de zon weg is.

Het blauwe uur

Het mooiste moment komt vaak vlak na zonsondergang. De lucht is nog niet zwart maar diepblauw, terwijl de lantaarns en etalages al aan zijn. Dat is het blauwe uur. Een uur is het trouwens zelden. Eerder twintig minuten tot een halfuur, afhankelijk van het seizoen en het weer.

In die korte tijd klopt er veel tegelijk. Er zit nog genoeg licht in de lucht om daklijnen en silhouetten te laten zien, en op straat brandt al dat warme kunstlicht. Blauw boven, oranje beneden. Als je in kleur werkt, doen die twee kleuren een groot deel van het werk voor je. Over die keuze schreef ik al in straatfotografie in zwart wit of kleur.

Het handigste is om er al te zijn voordat het begint. Zoek je plek terwijl het nog licht is. Dan hoef je tijdens het blauwe uur niet meer te zoeken, want twintig minuten zijn zo voorbij.

Het licht komt nu van de stad

Overdag zoek je het zonlicht, zoals ik beschreef in fotograferen met licht en schaduw op straat. 's Avonds werkt het principe hetzelfde, alleen verandert de lichtbron. Je zoekt een plek waar licht valt en wacht tot iemand erin stapt.

Etalages zijn daar ideaal voor. Een verlichte winkelruit is eigenlijk een grote softbox op ooghoogte. Wie ervoor blijft staan, krijgt zacht licht op het gezicht, terwijl de rest van de straat donker blijft. Een betere studio krijg je gratis nergens.

Lantaarnpalen geven hardere cirkels licht op de stoep. Daar kun je mee spelen, net als met een lichtvlek overdag: een lege cirkel, een beetje geduld en iemand die er net doorheen loopt.

Dan zijn er nog de schermen. Reclamezuilen bij de bushalte, lichtkranten, de telefoon die iemand vlak voor zijn gezicht houdt. Dat laatste vind ik altijd een raar soort licht, koud en blauwig van onderaf. Het vertelt wel heel precies iets over hoe we tegenwoordig door een stad lopen.

Hoge ISO is geen ramp

Dit is volgens mij de grootste drempel. Je zet je ISO op 400, ziet dat de foto te donker of bewogen wordt en denkt al aan naar huis gaan.

Die ISO kan gerust hoger. Op 3200 laten de meeste moderne camera's nog prima foto's zien, op 6400 vaak ook. Ja, je krijgt ruis. Maar ik heb liever een scherpe foto met korrel dan een bewogen foto zonder.

Ruis is trouwens niet hetzelfde als lelijk. Kijk eens naar straatfoto's uit de tijd van snelle film: korrel hoorde er gewoon bij. In zwart wit werkt dat nog beter. Een foto van een natte straat om tien uur 's avonds mag eruitzien alsof hij om tien uur 's avonds is gemaakt.

Fotografeer wel in RAW, zodat je achteraf ruimte hebt. En wees voorzichtig met ruisonderdrukking in je bewerkingsprogramma. Ik bewerk zelf in Capture One, en ook daar geldt: te veel wegpoetsen maakt gezichten van plastic. Liever een beetje korrel laten staan.

Sluitertijd en diafragma

Op mijn straatfotografie checklist staat minimaal 1/250 seconde. 's Avonds haal je dat vaak niet zonder je ISO naar onzinnige hoogten te jagen. Ergens moet je dus iets toegeven.

Voor iemand die rustig loopt, kom je met 1/125 seconde meestal nog weg. Staat iemand stil bij een etalage of een bushalte, dan kan 1/60 ook. Daaronder wordt het lastig om de camera zelf stil te houden, tenzij je tegen een muur of paal kunt leunen.

Het diafragma gaat verder open. Waar je overdag rond f/8 zit, kom je 's avonds eerder uit op f/2.8 of f/2, als je lens dat toelaat. Dat geeft meer licht, maar ook minder scherptediepte. Daar kom ik zo op terug, want dat merk je bij het scherpstellen.

Auto ISO met een minimale sluitertijd is 's avonds een prettige combinatie. Je kiest de langzaamste sluitertijd die je nog acceptabel vindt en een diafragma. De camera regelt de ISO, met een bovengrens die je zelf bepaalt. Dan sta je onderweg niet steeds te rekenen.

Een lichtsterke lens maakt in het donker echt verschil. Welke brandpunten goed werken op straat, lees je in welke camera en lens voor straatfotografie.

Scherpstellen in het donker

Overdag is zone focus voor mij de snelste manier van werken. Je stelt handmatig scherp op een vaste afstand, gebruikt een klein diafragma en alles binnen een bepaalde zone is scherp genoeg. Je hoeft niet meer na te denken over de autofocus.

's Avonds werkt dat minder goed. Bij f/2 of f/2.8 wordt die scherpe zone een stuk smaller. Wat overdag een paar meter speling was, is nu nog maar een strookje. Staat je onderwerp er net voor of net achter, dan is het onscherp. Klaar.

Je kunt dat op twee manieren oplossen. De eerste is handmatig scherpstellen, maar dan heel precies op één plek. Kies een lichtvlek bij een etalage, stel daar exact op scherp en wacht tot iemand op dat stukje stoep staat. Je werkt dan meer als een visser dan als een jager.

De tweede is gewoon terug naar autofocus. Moderne camera's stellen bij weinig licht beter scherp dan je zou denken, zeker als er wat contrast is. Een verlicht gezicht tegen een donkere achtergrond bijvoorbeeld. Het gaat alleen wat trager. Reken op een fractie vertraging en druk liever iets te vroeg af dan te laat.

Bewegingsonscherpte als keuze

Soms helpt het om het om te draaien. Als scherp toch niet lukt, kun je die beweging ook gebruiken.

Zet je sluitertijd op 1/15 of 1/8 seconde en laat mensen langs je lopen. Je krijgt vegen van licht en schimmen van mensen tegen een stilstaande achtergrond. Of je trekt mee met een fietser, zodat de fietser redelijk scherp blijft en de lichtjes erachter strepen worden.

Dat gaat vaak mis. Echt vaak. Maar als het lukt, laat zo'n foto beter zien hoe druk en snel een stad 's avonds is dan een haarscherpe foto kan.

Het verschil tussen een mislukte foto en een bewuste keuze zit meestal in de rest van het kader. Staat er iets stil en scherp in beeld, zoals een gevel of een lantaarnpaal, dan ziet de beweging er bedoeld uit. Is alles vaag, dan lijkt het een ongeluk. Hoe je zo'n kader opbouwt, lees je in compositie in straatfotografie.

Natte straten en reflecties

Een natte avond is vaak beter dan een droge. Na een regenbui wordt elke straat een spiegel. Lantaarns, koplampen en etalages weerkaatsen in het asfalt. Een saaie straat heeft ineens twee keer zoveel licht.

Ik fotografeer ook gewoon in de regen. Daar schreef ik een apart stuk over: fotograferen in de regen. 's Avonds werkt het nog sterker, omdat er zoveel meer lichtbronnen zijn die in die plassen terugkomen.

Zoek een plas en ga laag zitten. Je kunt de weerspiegeling fotograferen in plaats van de persoon, of ze allebei in één kader zetten. Ook als het droog wordt, is er nog genoeg te zien. Het halfuur na een bui, als de straten nog glimmen en de paraplu's net dicht zijn, is vaak het mooiste stuk van de avond.

Naast plassen werken ramen en glimmende autodaken als spiegel. Je achtergrond wordt dan een voorgrond. Het is een beetje puzzelen, maar het levert foto's op waar je even naar moet kijken voor je snapt wat je ziet.

Feestverlichting richting december

Hoe dichter je bij december komt, hoe meer lichtjes er in de stad hangen. Lichtsnoeren boven winkelstraten, verlichte bomen, etalages die ineens extra hun best doen. De foto bij dit artikel laat zien wat dat doet: een gewone winkelstraat wordt achter iemand een zee van kleine lichtpuntjes.

Met een open diafragma veranderen die puntjes in zachte rondjes. Dat kan mooi zijn, maar het wordt ook snel kitsch. Ik vind het het sterkst als de lichtjes iets zeggen over de plek of het moment, en niet alleen versiering zijn.

Let wel op je belichting. Al die felle puntjes kunnen je lichtmeter in de war brengen. Belicht op het gezicht of je onderwerp, niet op de lampjes. Wat in het licht staat moet kloppen. De rest mag donker zijn.

Wie in november meegaat met de masterclass in Londen, ziet de stad al in kerstsfeer. We fotograferen daar overdag, van 10 tot 15 uur. De avond heb je voor jezelf, en die begint in Londen in november lekker vroeg.

Verlichte ramen en de grens van privé

's Avonds gebeurt er iets wat overdag niet gebeurt: huizen worden doorzichtig. Achter verlichte ramen zie je mensen koken, televisie kijken of aan tafel zitten. Ik vind het een van de meest fotogenieke dingen van een stad in het donker. Het is ook de plek waar straatfotografie gaat schuren.

Fotograferen vanaf de openbare weg is in Nederland in principe toegestaan, maar maken is iets anders dan publiceren. Iemand in zijn eigen huiskamer kan al snel een redelijk belang hebben bij zijn privacy. Dat is het soort belang waar het portretrecht over gaat. Hoe dat zit, en hoe dat in België verschilt, lees je in mag je mensen fotograferen op straat. Geen juridisch advies, wel een goed begin.

Naast de wet is er je eigen ethiek. Die vind ik hier minstens zo belangrijk. Een gevel vol verlichte ramen met kleine figuurtjes erin is iets anders dan iemand van dichtbij in zijn eigen keuken. Waar jouw grens ligt, is een afweging die je zelf maakt. Hoe ik daarover denk, schreef ik op in ethiek in straatfotografie.

Veilig op pad

Het donker brengt ook gewone, praktische zorgen mee.

Let op je spullen. Een camera om je nek valt op een donkere straat meer op dan je denkt. Een polsband en een kleine tas waar hij snel in past, helpen. Neem een extra accu mee, want die loopt in de kou sneller leeg dan je gewend bent.

Samen op pad is veiliger, en ook gewoon gezelliger. Met z'n tweeën sta je minder ongemakkelijk te wachten bij een etalage. Kost dat wachten je sowieso moeite, dan heb je misschien iets aan durven fotograferen op straat. Bij de workshop één op één kies je trouwens zelf de stad en mag je gratis een vriend of vriendin meenemen.

En kleed je warm. Klinkt als iets wat je moeder zegt, maar stilstaan bij een lichtvlek in november is koud werk. Koude vingers en kleine draaiknopjes zijn geen goede combinatie.

Gewoon beginnen

Het donker is geen reden om te wachten tot het voorjaar. Het is een ander seizoen, met andere foto's. Begin eens met een korte ronde direct na zonsondergang, in een stad die je goed kent. Voor mij is dat Nijmegen, waarvan ik de binnenstad ken als mijn broekzak. Juist daar valt op wat het licht doet met plekken waar je overdag langs loopt zonder te kijken.

De lessen van overdag gelden 's avonds ook. Wacht, kijk naar je achtergrond, ga terug naar dezelfde plek. In mijn straatfotografie tips staan er vijftien op een rij.

Wil je liever samen leren kijken? Bekijk de straatfotografie workshops, of ga twee dagen mee met REFRESH in Parijs of Londen.

← Alle artikelen

Inschrijven voor mijn nieuwsbrief

Schrijf je snel in en ontvang gratis mijn e-book met 5 onmisbare tips voor straatfotografie!