Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog 33 dagen, 13 uur, 12 minuten en 53 seconden om je aan te melden!

Fotograferen met licht en schaduw op straat

Gepubliceerd op 15 oktober 2026

Half oktober. De zon komt pas laat boven de daken uit en blijft de hele dag laag hangen. Ineens lopen er lange schaduwen over de stoep, en een gevel waar je in juli gewoon langs liep, staat om vier uur 's middags in brand.

Voor mij is dit een van de mooiste tijden van het jaar. Licht en schaduw doen in straatfotografie veel van het werk voor je, zeker in de herfst. Je moet het alleen zien.

Man in een donkere jas loopt over een verlaten straat in Londen, met een diepe schaduw voor een fel verlichte muur
Londen. Een fel verlichte muur, een diepe schaduw en één man die erdoorheen loopt.

Waarom de herfst zo goed is

In de zomer staat de zon het grootste deel van de dag hoog. Het licht valt van boven, schaduwen zijn kort en ogen verdwijnen in de schaduw van wenkbrauwen en petten. Het mooie licht zit dan aan het begin en het eind van de dag. Daar moet je vroeg voor op of laat voor blijven.

In de herfst schuift dat op. De zon komt minder hoog, dus het lage licht duurt langer. Het strijklicht dat je in juni om negen uur 's avonds hebt, krijg je in oktober al halverwege de middag. Het licht is warmer, de schaduwen zijn langer en de contrasten tussen zon en schaduw worden groter.

Heb je overdag tijd om te fotograferen, dan is dat een cadeautje. Je hoeft niet meer op het gouden uur te wachten. Het duurt eigenlijk de hele middag.

Eerst het licht, dan het onderwerp

De meeste mensen zoeken op straat naar een onderwerp. Een opvallende jas, iemand die iets geks doet. Ik merk vaak dat het andersom beter werkt: zoek eerst het licht en kijk dan wie erin terechtkomt.

Dat lijkt een klein verschil, maar je gaat er anders van lopen. Je kijkt eerst naar muren, stoepen en hoeken waar de zon nog net tussen twee gebouwen door valt. Pas als je zo'n plek hebt gevonden, gaat het over wie er voorbijkomt.

Het is dezelfde gedachte als bij compositie: eerst het decor, dan de hoofdpersoon. In het artikel over compositie in straatfotografie schreef ik daar uitgebreider over. Licht is gewoon een deel van dat decor. Vaak het belangrijkste deel.

Waar komt het licht vandaan?

Het helpt om op zo'n plek even te kijken uit welke richting het licht komt. Dat bepaalt meer dan je denkt.

Licht van voren, met de zon in je rug, is het makkelijkst. Alles is goed te zien, maar het oogt al snel vlak. Licht van opzij geeft diepte. Gezichten en gevels krijgen een lichte en een donkere kant, en de lange schaduwen lopen schuin door je kader. Dat is voor mij vaak het interessantste licht op straat.

Licht van achteren, tegenlicht, is het lastigst en het meest dramatisch. Daar kom ik zo op terug.

Lichtvlekken en wachten

Een lichtvlek is een stuk straat waar de zon wel komt en op de rest niet. Tussen twee hoge gebouwen, onder een spoorbrug, aan het eind van een steeg. Soms is die vlek niet groter dan een paar stoeptegels.

Daar ga je tegenover staan, met je kader klaar. Dan wacht je tot iemand erin stapt. Dat kan een minuut duren. Of een kwartier, en dan is het licht alweer een stuk verschoven.

Wachten voelt in het begin als niksdoen. Volgens mij lijkt straatfotografie juist dan het meest op vissen. Je weet waar het kan gebeuren, alleen niet wanneer. Niet voor niks staat wachten tussen de straatfotografie tips die ik pas na jaren leerde.

Met een vast brandpunt weet je precies hoe groot je kader is, en dus waar je moet staan om die lichtvlek mooi in beeld te krijgen. Welke lens daarbij past, lees je in welke camera en lens voor straatfotografie.

Wachten heeft ook een praktisch voordeel: je kunt alles van tevoren regelen. Stel met zone focus scherp op de plek waar iemand straks in het licht staat en kies een sluitertijd van 1/250 of sneller. Stapt er iemand in die vlek, dan hoef je alleen nog af te drukken.

Belichten op de hooglichten

Hier gaat het technisch vaak mis. Je camera ziet veel donkere schaduw en een klein stukje fel licht. Daar probeert hij een netjes gemiddelde foto van te maken. Het resultaat: grijze schaduwen en een uitgebrand gezicht.

Draai daarom je belichtingscompensatie omlaag. Min 1 stop is vaak een goed begin, bij heel hard licht kan min 2 nodig zijn. Dan blijft de persoon in de lichtvlek goed belicht en worden de schaduwen eromheen echt zwart.

Dat zwart is geen fout, het is je kader. Alles wat er niet toe doet, verdwijnt erin.

Kijk na een paar foto's even of de hooglichten niet uitbranden. Je histogram helpt daarbij meer dan je ogen, zeker buiten in de zon. Daar houdt je scherm je makkelijk voor de gek. Meer over sluitertijd, diafragma en ISO staat in de beste instellingen voor straatfotografie.

Silhouetten in tegenlicht

Fotografeer je recht in de laagstaande zon, dan krijg je silhouetten. Mensen worden zwarte vormen tegen een lichte achtergrond. Je ziet geen gezicht meer, alleen een houding of een hand met een tas.

Dat werkt het best als die vorm duidelijk is. Iemand die los van anderen loopt, een profiel, een fietser. Zodra twee silhouetten elkaar overlappen, wordt het een vlek.

Let ook op wat er achter je silhouet zit. Een lichte lucht, een zonnige gevel of een plein in de zon werkt goed. Bij een drukke, halfdonkere achtergrond loopt je zwarte vorm erin weg. Ook hier helpt het om de belichtingscompensatie omlaag te draaien, zodat de achtergrond niet uitbrandt en de vorm echt zwart wordt.

Een bijkomend voordeel: in een silhouet is iemand meestal niet herkenbaar. Dat telt mee als je twijfelt of je mensen mag fotograferen op straat. Het maakt beginnen ook wat makkelijker als je nog onwennig bent. Over die drempel schreef ik in durf je niet te fotograferen op straat.

Schaduwpatronen

Laag licht maakt lange schaduwen. Van hekken, bomen, lantaarnpalen en de randen van gebouwen. Op een stoep of een muur ontstaan patronen die er een uur later niet meer zijn.

Een hek dat strepen over de stoep legt, is op zichzelf al bijna een foto. Iemand die door die strepen loopt, maakt er een straatfoto van. De aanpak is hetzelfde als bij een lichtvlek: eerst het patroon, dan wachten.

Kijk ook omhoog en opzij. De schaduw van boomtakken op een witte gevel. Een fietser met een schaduw die drie keer zo lang is als hijzelf. Soms is de schaduw interessanter dan de persoon die hem werpt.

Harde middagzon is niet verboden

Je hoort vaak dat je midden op de dag beter niet kunt fotograferen. Te fel, lelijke schaduwen onder de ogen. Voor een portret klopt dat misschien. Op straat vind ik het onzin.

Hard licht geeft harde contrasten, en daarmee kun je grafische foto's maken. Diepe zwarten naast felle vlakken. Zeker in zwart-wit kan dat heel sterk zijn.

Wat wel verandert: de schaduwen worden korter en vallen meer recht naar beneden. Zoek dan naar overkappingen, luifels en smalle straten waar licht en donker hard tegen elkaar aan liggen. Of naar een fel verlichte muur met een donkere straat ervoor, zoals in de foto bovenaan.

Zacht licht bij bewolking

Niet elke dag is een herfstdag met laag zonlicht. Dit is Nederland. Een groot deel van het jaar is het gewoon grijs.

Ook daar kun je mee werken. Bewolkt licht is zacht en gelijkmatig. Er zijn geen harde schaduwen en gezichten zijn goed te zien. Voor foto's waarin het om mensen en hun uitdrukking gaat, is dat juist fijn.

Je verliest wel het drama van dat harde licht. Dat moet dan ergens anders vandaan komen, uit een gebaar of het moment. En als het gaat regenen, wordt het pas echt interessant. Daarover lees je meer in mijn stuk over fotograferen in de regen.

De kleur van het licht

Laag zonlicht is warm, bijna oranje. Schaduwen zijn juist koel en een beetje blauw, omdat daar alleen licht van de lucht komt. In kleur zie je dat verschil heel duidelijk terug, zeker in de herfst.

Een warm verlichte persoon tegen een blauwige schaduw springt er daardoor vanzelf uit. Die kleuren hoef je in de bewerking niet allemaal recht te trekken. Dat warme en koude naast elkaar laat juist zien hoe zo'n middag in de herfst eruitziet.

Reflecties

Licht kaatst. Op etalageruiten, natte stoepen, plassen en glazen gevels. Daardoor komt er soms licht aan een schaduwkant waar je het niet verwacht, of zie je de straat twee keer in één kader.

Met reflecties kun je lagen bouwen: iemand achter een raam, de straat in het glas ervoor. Het is puzzelen en het lukt vaak niet. Maar als het lukt, krijg je een foto die je niet in één oogopslag begrijpt. Dat vind ik meestal een goed teken.

Leren kijken naar licht

Het lastige aan licht is dat je er snel overheen kijkt. Je ziet de mensen, de winkels, de drukte. Het licht is er gewoon. Volgens mij is het vooral oefenen: een paar keer bewust op pad gaan met maar één vraag in je hoofd. Waar valt het licht?

In de workshop straatfotografie in Utrecht lezen we het licht langs de Oudegracht. Je krijgt uitleg tijdens het lopen, in een groep van maximaal vijf deelnemers. Alle steden en data vind je bij de straatfotografie workshops.

Wil je een stad helemaal op licht en schaduw verkennen, dan is Londen een goede kandidaat. In de masterclass in Londen lopen we onder meer door het Barbican, waar de schaduwen de hele dag verschuiven. Daar kun je een uur later terugkomen en een heel andere foto vinden. De masterclass hoort bij REFRESH, twee dagen straatfotografie in Londen of Parijs.

Een laatste tip, voor wie nu meteen naar buiten wil: ga de komende weken eens rond vier uur de deur uit en kijk alleen naar waar de zon nog komt. Wil je daar hulp bij, bekijk dan de workshops of stel me eerst een vraag.

← Alle artikelen

Inschrijven voor mijn nieuwsbrief

Schrijf je snel in en ontvang gratis mijn e-book met 5 onmisbare tips voor straatfotografie!