Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog 43 dagen, 6 uur, 1 minuut en 43 seconden om je aan te melden!

Straatfotografie tips: 15 lessen die ik pas na jaren leerde

Gepubliceerd op 2 oktober 2026

Nijmegen is de stad waar ik voor het eerst een camera op straat richtte. Ik ken de binnenstad inmiddels als mijn broekzak. Toch denk ik niet dat ik er ooit op uitgekeken raak. Dat zegt al veel over hoe straatfotografie werkt.

De meeste straatfotografie tips die je online vindt, gaan over instellingen. Sluitertijd, diafragma, welke lens. Nuttig, en daar schrijf ik zelf ook over. Maar de lessen die voor mij echt het verschil maakten, gingen bijna nooit over techniek. Ze gingen over kijken, wachten en eerlijk zijn over je eigen foto's.

Zwart wit straatfoto van een drukke winkelstraat in Amsterdam, met meeuwen en duiven die boven de hoofden van de voetgangers vliegen
Een drukke winkelstraat in Amsterdam, met meeuwen en duiven boven de hoofden.

Hieronder staan vijftien lessen die ik pas na jaren echt begreep. Ben je nog helemaal nieuw, lees dan eerst wat straatfotografie eigenlijk is en loop de straatfotografie checklist eens door. Daar staan de technische vuistregels. Dit stuk gaat over alles daaromheen.

  1. Loop langzamer dan je denkt
  2. Kies een vaste lens
  3. Ga terug naar dezelfde plek
  4. Wacht in plaats van te jagen
  5. Kijk eerst naar je achtergrond
  6. Kom dichterbij
  7. Volg het licht
  8. Werk met een kernwoord
  9. Leer missen
  10. Selecteer streng
  11. Fotografeer in elk weer
  12. Kijk ook eens zonder camera
  13. Laat je werk zien
  14. Kijk naar het werk van anderen
  15. Respect en je eigen ethiek

Loop langzamer dan je denkt

Bijna iedereen die begint met straatfotografie loopt te snel. Je wilt iets vinden, dus je gaat zoeken. En wie zoekt, kijkt vooral vooruit: naar de volgende hoek, de volgende straat.

Kijken gaat beter als je langzamer loopt. Je ziet dat iemand al voor de derde keer op zijn horloge kijkt, dat het licht over een gevel schuift, dat een etalage eigenlijk een spiegel is. Daar loop je in wandeltempo zo aan voorbij, laat staan als je haast hebt.

Een praktische oefening: kies een stuk straat van een paar honderd meter en geef jezelf een uur. Verder dan dat stuk ga je niet. De kans is groot dat je na een kwartier dingen ziet die je bij binnenkomst helemaal niet opvielen. Een bushalte waar iedereen in dezelfde houding wacht, een winkeldeur die steeds op hetzelfde moment opengaat.

Ik merk vaak dat er pas iets gebeurt als je eigenlijk al had besloten dat er niks gebeurde. Dan moet je er nog wel staan. Ik schreef er een heel stuk over: vertragen is voor mij misschien wel de belangrijkste les uit dit rijtje.

Het voelt in het begin als tijd verspillen. Dat is het niet.

Kies een vaste lens

Je kunt eindeloos twijfelen over welke lens het beste is. Volgens mij is dat twijfelen vaak vooral een manier om niet naar buiten te hoeven.

Mijn vuistregel: één camera en één lens is vaak genoeg. Een 35 of 50mm werkt voor de meeste straatfotografie. Welke van de twee je kiest, maakt minder uit dan dat je er een tijd bij blijft.

Met een vast brandpunt ga je na een tijdje in dat kader zien. Je weet voordat je de camera optilt al ongeveer wat er in je foto komt. Dat scheelt nadenken. Op straat kost dat nadenken je meestal net die halve seconde.

Een zoomlens lijkt handig, maar op straat sta je er vooral mee te draaien. Met een vaste lens beweeg je zelf. Je doet een stap naar voren of naar achteren en staat daardoor ook vaker op een andere plek dan waar je begon. Dat levert volgens mij betere foto's op dan een paar millimeter extra brandpunt.

Ik fotografeer zelf veel met een Fujifilm X100V, een compacte camera met een vaste lens. Hij voelt inmiddels bijna als een verlengstuk van mijn arm. Dat komt niet doordat het een bijzondere camera is, maar doordat ik er niks aan hoef te wisselen.

Ga terug naar dezelfde plek

Er zit een vreemde druk op straatfotografie om steeds nieuwe plekken te zoeken. Een nieuwe stad, een nieuwe wijk, een straat waar je nog nooit was.

Ik denk dat je meer leert van een plek die je al kent. Het decor is geen verrassing meer, dus je hebt je aandacht vrij voor wat er gebeurt. Je weet waar het licht 's middags valt, waar mensen de hoek om komen en waar ze even stilstaan.

Het hoeft geen bijzondere plek te zijn. Een plein bij het station, de winkelstraat in je eigen dorp, het kruispunt waar je elke dag langs fietst. Juist gewone plekken worden interessant als je ze vaak genoeg ziet. Voor mij is de binnenstad van Nijmegen zo'n plek. Ik ken hem goed, maar uitgekeken ben ik er niet.

Ga eens een paar weken lang steeds naar dezelfde straathoek. Op verschillende tijden, op verschillende dagen. De eerste keer zie je een straat. De vijfde keer zie je een toneel.

Het omgekeerde kan ook leerzaam zijn: twee dagen in een stad die je niet kent, waar je alles voor het eerst ziet. Dat is het idee achter REFRESH, de tweedaagse masterclass in Parijs en Londen. Al vermoed ik dat je ook daar op dag twee anders kijkt dan op dag één.

Wacht in plaats van te jagen

Jagen is achter een onderwerp aan lopen. Wachten is een decor vinden en kijken wie erin stapt.

Dat tweede levert bijna altijd betere foto's op. Je hebt de tijd om rustig je kader te bepalen: welke lijnen, welk licht, wat er aan de randen gebeurt. Daarna wacht je op de persoon die het afmaakt.

Een deuropening, een lichtvlek op de stoep, een muur met een opvallende kleur. Mensen die ergens naar binnen of naar buiten stappen, vind ik zelf een eindeloos onderwerp. Je weet dat het gaat gebeuren. Alleen nog niet wie er komt.

Hoe lang wacht je? Langer dan je denkt. Geef een plek ten minste tien minuten voordat je verder loopt. Zet ondertussen je instellingen klaar en stel scherp op de plek waar het moet gebeuren. Dan hoef je straks alleen nog af te drukken.

Wachten is saai. Tot het niet meer saai is.

Kijk eerst naar je achtergrond

Dit zie ik vaak terug in foto's: een prachtig moment, een mooi gezicht, en precies uit het hoofd van die persoon groeit een lantaarnpaal.

Op straat kijk je natuurlijk naar mensen. Daar gaat het tenslotte om. Maar een foto bestaat voor het grootste deel uit alles wat níet die persoon is. Een rommelige achtergrond kan een sterk moment helemaal wegdrukken.

De oplossing is meestal simpel: een stap opzij, een stap naar voren, iets door je knieën. Kijk voor het afdrukken naar wat er achter je onderwerp gebeurt. Na een tijdje gaat dat vanzelf. Dan merk je ook dat je de achtergrond gaat kiezen en daar je onderwerp in laat lopen.

Rustige achtergronden helpen enorm. Een effen muur, een stuk lucht, een groot schaduwvlak. Een drukke achtergrond kan ook werken, maar dan moet het een keuze zijn en geen ongeluk.

Dan ben je eigenlijk weer bij de vorige les.

Kom dichterbij

De meeste beginnende straatfoto's zijn van te ver weg gemaakt. Logisch. Op afstand voel je je veiliger, en dat gevoel is heel normaal.

Alleen zie je die afstand terug in de foto. Een persoon op tien meter is een figuurtje in een straat. Op twee of drie meter wordt het iemand. Je ziet een gezichtsuitdrukking, handen die iets doen, een jas die ergens over vertelt.

Dichterbij komen hoeft niet stiekem. Ik vind het juist prettig als mijn camera gewoon zichtbaar is. Wie stiekem doet, voelt zich ook zo. Volgens mij zie je dat terug in je houding en in de reacties van mensen.

Kijkt iemand je aan? Een knikje of een glimlach is meestal genoeg. De meeste mensen willen vooral weten dat je niks raars van plan bent.

Begin rustig. Op een drukke markt of in een winkelstraat val je met een camera nauwelijks op. Daar kun je stap voor stap wennen aan de afstand.

Een 35mm lens helpt daar ook bij. Wie met zo'n lens iemand groot in beeld wil hebben, moet wel dichtbij komen. De lens maakt de keuze dan een beetje voor je.

Volg het licht

Draai het eens om: zoek eerst het licht, daarna het onderwerp. Een lichtvlek tussen twee gebouwen, laag zonlicht dat een straat in valt, een fel verlichte muur naast een donkere schaduw.

Goed licht maakt van een gewone voorbijganger een foto. Slecht licht maakt van een bijzonder moment een plaatje dat je thuis toch weer weggooit.

Let vooral op het begin en het einde van de dag, en op de wintermaanden, als de zon lager staat en de schaduwen lang worden. Maar harde middagzon is niet verboden. Die geeft juist zwarte schaduwen en scherpe contrasten. Daar kun je heel grafisch mee werken.

Kijk ook wat het licht met de rest van je kader doet. Als je belicht op het lichte deel van de foto, worden de schaduwen vanzelf donkerder. Een rommelige achtergrond verdwijnt dan soms gewoon in het zwart. Je houdt alleen over wat in het licht staat.

Werk met een kernwoord

Ik werk zelf conceptueel. Een kernwoord is daarbij mijn uitgangspunt, ook in mijn workshops straatfotografie.

Je kiest één woord voordat je de straat op gaat. Solitude, bijvoorbeeld. Of Interactie, Reflectie, Ritme. Dat woord werkt als een filter op je blik. Opeens zie je overal mensen die alleen zijn, of juist spiegelingen in ruiten en plassen.

Het klinkt als een beperking, maar het geeft je een richting. Zonder kernwoord kan alles een foto zijn. En als alles een foto kan zijn, zie je meestal niks. Dat ene woord helpt je kijken.

Je hoeft het niet groots te maken. Een kernwoord voor één middag is genoeg. Morgen mag het een ander woord zijn. In de workshop conceptuele straatfotografie werkt het precies zo: je kiest een woord, we gaan snel de straat op en de uitleg krijg je tijdens het lopen.

Ik schreef er 25 tips voor conceptuele straatfotografie over. Werk je liever met opdrachten? In De Straatfotobijbel staan er 101, samen met de tips die erbij horen.

Leer missen

"Your first 10,000 photographs are your worst."

Je eerste 10.000 foto's zijn je slechtste.

Henri Cartier-Bresson

Ik vind dat een geruststellende gedachte. Al die mislukte foto's zijn dus niet weggegooid. Ze horen bij het werk dat je moet doen.

Straatfotografie is vooral veel lopen en veel kijken. En veel missen. Iemand draait net weg, een fietser rijdt door je kader, de hond die je zag is al om de hoek. Dat hoort erbij en blijft erbij horen, hoe lang je ook fotografeert.

Het verschil zit in hoe je ermee omgaat. In het begin voelt een gemist moment als falen. Later wordt het informatie: ik stond net te ver, ik was net te laat, ik had hier moeten blijven staan. De volgende keer sta je er wel.

Een gemist moment komt ook vaak terug in een andere vorm. Dezelfde plek, ander licht, een andere voorbijganger die precies hetzelfde doet. Als je weet wat je miste, herken je het de volgende keer sneller. Daarom vind ik missen niet erg. Het is een soort huiswerk dat je jezelf meegeeft.

Selecteer streng

Een goede straatfotograaf is vooral een strenge selecteur. Dat klinkt minder romantisch dan het beslissende moment, maar volgens mij is het waar.

Na een middag op straat heb je al snel tientallen of honderden foto's. Bijna allemaal zijn ze net niet. Geen probleem, zolang je ze niet allemaal laat zien. Eén sterke foto zegt meer over je werk dan tien redelijke.

Wat mij helpt: niet meteen selecteren. Laat je foto's een paar dagen liggen. Dan ben je minder verliefd op het moment en zie je beter wat er echt in het kader staat. Markeer eerst grof, kijk daarna nog een keer en schrap opnieuw.

Twijfel je over een foto? Dan is hij het meestal niet.

Een vraag die helpt: zou deze foto overeind blijven als ik er niks bij vertel? Als je moet uitleggen wat er gebeurde, wat je zag of hoe koud het was, zit het verhaal in jouw hoofd en niet in de foto. Dat is geen schande. Het is alleen geen reden om hem te laten zien.

Fotografeer in elk weer

Als het regent, blijven de meeste fotografen thuis. Terwijl regen je dingen geeft die je op een zonnige dag niet hebt: paraplu's, natte straten vol reflecties, mensen die schuilen onder een luifel.

Ik fotografeer zelf ook graag in de regen. Over fotograferen in de regen schreef ik een apart artikel, inclusief hoe je je camera droog houdt.

Ook mist, sneeuw en grijze dagen zijn de moeite waard. Grijs licht is zacht en vergevingsgezind. En na een bui is het niet meteen afgelopen: die eerste minuten, met plassen op straat en mensen die weer tevoorschijn komen, zijn vaak het mooiste deel.

Als het echt niet gaat, kun je gewoon even onder een luifel staan. Daar staan dan toevallig ook allemaal mensen.

Kijk ook eens zonder camera

Dit klinkt misschien vreemd in een lijst met tips over fotograferen. Toch zet ik hem erin.

Een camera kan je ook afleiden. Je bent bezig met instellingen, met het scherm, met de vraag of je die ene foto wel goed had. Ondertussen loop je langs de dingen die je juist wilde zien. Ik schreef daar een stuk over: mijn camera leidt me af.

Een oefening die mij helpt: loop eens een rondje door een straat die je kent, zonder camera, en kijk alleen. Waar valt het licht? Waar lopen mensen en waar blijven ze staan? De keer daarna neem je hem weer mee. Dan weet je al waar je moet zijn.

Het voelt even ongemakkelijk, alsof je iets vergeten bent. Dat gevoel zegt al genoeg over hoe vaak we door een zoeker kijken in plaats van om ons heen.

Laat je werk zien

Foto's die alleen op je harde schijf staan, worden niet beter. Je hebt andere ogen nodig.

Laat je werk zien aan mensen die ook fotograferen en vraag om eerlijke feedback. Vraag liever iets specifieks dan "wat vind je ervan?". Bijvoorbeeld: werkt de achtergrond, of had dit strakker gemoeten? Een community als straatfotografie.nl, die ik zelf beheer, is daar een goede plek voor.

Laat liever vijf foto's zien dan vijftig. Vijf foto's krijgen echte aandacht. Bij vijftig scrolt iedereen door, inclusief jijzelf.

Feedback is ook een vast onderdeel van mijn workshops. Na afloop stuur je je foto's in en krijg je per mail feedback. Wil je een langere periode aan je kijken werken, dan heb je misschien iets aan de Straatsessies, een traject van zes maanden met dertien mails.

Het is spannend om je werk te laten zien. Dat wordt minder naarmate je het vaker doet.

Kijk naar het werk van anderen

Je leert niet alleen op straat. Ook door eindeloos naar foto's van anderen te kijken, en dan vooral naar de foto's die je niet meteen begrijpt.

Pak er ook eens een fotoboek bij. In een boek zie je hoe foto's samen iets vertellen en hoe een fotograaf kiest wat erin mag en wat niet. Dat zie je minder bij losse foto's op een scherm.

Waarom werkt deze foto wel? Waar staat de fotograaf? Wat laat hij weg? Ik kijk zelf graag naar het kleurwerk van Martin Parr en Alex Webb, twee totaal verschillende fotografen. Bij allebei draagt de kleur de foto, in plaats van dat hij afleidt.

Op mijn site staat een overzicht van bekende straatfotografen die de moeite waard zijn om een middag naar te kijken. Kopiëren is daarbij geen schande, zeker in het begin niet. Je eigen handschrift komt later vanzelf, meestal juist doordat het kopiëren niet helemaal lukt.

Wil je weten waar het allemaal begon, lees dan ook eens over de geschiedenis van de straatfotografie. Luister je liever? In 30 Minuten Sluitertijd, de podcast die ik met Niels de Kemp maak, praten we inmiddels al meer dan honderd afleveringen over fotografie.

Respect en je eigen ethiek

De laatste les gaat over de mensen op je foto's. Straatfotografie bestaat bij de gratie van mensen die niet hebben gevraagd om gefotografeerd te worden. Daar mag je best even bij stilstaan.

Wat wettelijk mag, is één ding. Daarover schreef ik samen met jurist mr. Charlotte Meindersma De Wet van de Straat. Wat jij goed vindt, is een andere vraag. Die kan niemand voor je beantwoorden.

Ik heb mijn eigen grenzen, en die verschuiven ook. Zo fotografeer ik inmiddels ook kinderen, als ik er een verhaal in zie. Iets wat volgens mij nooit verandert: mensen die eten in hun mond stoppen, leveren nooit mooie foto's op. Over de rest schreef ik een stuk over ethiek in straatfotografie.

Soms beslist iemand anders mee. Ik schreef ooit over een man die eiste dat een deelnemer van een fotowandeling een foto nu meteen verwijderde. Hij belde zelfs 112, terwijl hij niet eens herkenbaar op de foto stond. Had hij het vriendelijk gevraagd, dan was die foto binnen een minuut weg geweest. Zo werkt het meestal ook andersom: wie vriendelijk blijft, komt een heel eind.

Mijn advies: denk er bewust over na, in plaats van het aan het toeval over te laten. Dan weet je ook wat je zegt als iemand je aanspreekt.

En nu naar buiten

Vijftien lessen is veel. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk toe te passen. Kies er één, ga een middag de straat op en kijk wat er verandert.

Weet je niet waar je moet beginnen, dan zou ik langzamer lopen en een kernwoord kiezen. Die twee samen veranderen volgens mij meer dan een nieuwe camera ooit zal doen. Neem je ze een paar weken serieus, dan komen de andere lessen er vaak vanzelf achteraan.

Wil je dit samen oefenen, op straat en met uitleg onderweg? Bekijk de workshops, in kleine groepen van maximaal vijf mensen. Of kies een workshop één op één: je kiest zelf de stad, we beginnen met koffie en je mag gratis een vriend of vriendin meenemen.

← Alle artikelen

Inschrijven voor mijn nieuwsbrief

Schrijf je snel in en ontvang gratis mijn e-book met 5 onmisbare tips voor straatfotografie!