Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog 36 dagen, 20 uur, 49 minuten en 38 seconden om je aan te melden!

Bekende portretfotografen uit binnen- en buitenland

Bekende portretfotografen

Een goed portret gaat verder dan een mooi beeld: het vangt de essentie van een persoon. De beste portretfotografen ter wereld hebben elk een unieke stijl ontwikkeld waarmee ze een herkenbare signatuur hebben achtergelaten in de portretfotografie. Van iconische namen uit de fotografie geschiedenis tot hedendaagse meesters, deze bekende portretfotografen vormen een bron van inspiratie voor iedereen die zich in dit vakgebied wil verdiepen.

Ik kijk met bewondering naar deze helden. Ze geven me een stip op de horizon en om daar te komen verdrink ik me met plezier in portretshoots, thuis of in de studio. Door hun werk te bestuderen leer je niet alleen over techniek en compositie, maar vooral over hoe je verbinding maakt met de persoon voor je lens. Dat is precies wat ik ook probeer over te dragen in mijn 1-op-1 workshop portretfotografie – de kunst van het maken van portretten die echt iets vertellen.

Of je nu net begint met portretfotografie of al jaren ervaring hebt, het werk van getalenteerde portretfotografen blijft inspireren en motiveren om jezelf te blijven ontwikkelen.

Zwart-wit close-up portret van Michiel Heijmans voor een stenen muur, foto door Robert Roozenbeek.
Foto: Robert Roozenbeek

Hier is een deel van mijn heldenlijst van portretfotografen:

1. Stephan Vanfleteren (1969-heden, België)

Stephan Vanfleteren bundelde portretten van bekende en onbekende mensen in Portret, 1989-2009 (2009). De Belgische fotograaf is geboren in Kortrijk en opgegroeid in Oostduinkerke. Eerder verschenen zijn boeken Flandrien (2005) en Belgicum (2007). Dat laatste werk was in 2007 en 2008 te zien in het Fotomuseum Antwerpen. Hij fotografeerde onder meer voor De Morgen en de Volkskrant.

Stephan Vanfleteren maakte vrijwel uitsluitend zwart-witfoto's: sober, direct en met respect voor de geportretteerde. Met zijn portret van Rem Koolhaas won hij in 2012 de Nationale Portretprijs. In 2013 volgde een eerste prijs bij World Press Photo voor geënsceneerde portretten. Bij die directe blik vraag ik me als fotograaf af hoeveel er eigenlijk om een gezicht heen hoeft.

2. Annie Leibovitz (1949-heden, VS)

Annie Leibovitz fotografeerde John Lennon en Yoko Ono op 8 december 1980 voor Rolling Stone, uren voor Lennons dood. De Amerikaanse portretfotograaf begon in 1970 bij het tijdschrift en was er van 1973 tot 1983 hoofdfotograaf. Haar boek A Photographer's Life 1990-2005 verscheen in 2006. Een andere bekende foto was haar portret van Demi Moore voor Vanity Fair uit 1991.

Annie Leibovitz regisseerde haar portretten met nadrukkelijke poses, felle kleuren en dramatisch licht. Haar foto's van beroemdheden waren vaak uitgebreid geënsceneerd. In 2009 ontving ze de Centenary Medal van de Royal Photographic Society, in 2013 de Prince of Asturias Award for Communication. Haar geënsceneerde portretten laten me zien hoeveel een bedacht tafereel over iemand kan vertellen.

3. Richard Avedon (1923-2004, VS)

Richard Avedon werkte tussen 1979 en 1984 aan In the American West, in opdracht van het Amon Carter Museum in Fort Worth. Het boek en de tentoonstelling volgden in 1985. De Amerikaanse fotograaf maakte de portretten tegen een witte achtergrond. Eerder verschenen Observations (1959), met tekst van Truman Capote, en Nothing Personal (1964), met tekst van James Baldwin.

Richard Avedon liet in die zwart-wit portretten de omgeving weg, waardoor gezicht en houding alle ruimte kregen. Zijn gesprekken met geportretteerden konden indringend en ongemakkelijk zijn. In 1991 ontving hij de Hasselblad Award. Voor mij zit zijn belang voor portretfotografie in die kale aanpak: zo'n wit vlak lijkt eenvoudig, maar maakt ieder gebaar zichtbaar. Naar die gebaren blijf ik kijken.

4. Irving Penn (1917-2009, VS)

Irving Penn plaatste voor Corner Portraits (1948) mensen in de scherpe hoek tussen twee schermen. Onder anderen Martha Graham, Duke Ellington en Truman Capote namen er plaats. De Amerikaanse fotograaf maakte de serie in opdracht van Vogue. Voor Small Trades (1950-1951) portretteerde hij mensen ten voeten uit. Zijn boek Worlds in a Small Room verscheen in 1974.

Irving Penn gebruikte effen achtergronden en eenvoudige opstellingen, zoals die hoek tussen twee schermen. Volgens hem leek de besloten ruimte mensen te kalmeren. Dat vind ik een mooi detail: een krappe hoek kan blijkbaar ook prettig zijn. Penn ontving in 1985 de Hasselblad Award. Bij Penn zie ik hoeveel ruimte iemand kan krijgen in een opstelling met weinig onderdelen.

5. Yousuf Karsh (1908-2002, Canada)

Yousuf Karsh maakte op 30 december 1941 zijn portret van Winston Churchill, bekend als ‘The Roaring Lion’, in de Speaker's Chamber van het Canadese Lagerhuis. De Armeens-Canadese portretfotograaf was geboren in Mardin, toen onderdeel van het Ottomaanse Rijk, en werd in 1947 Canadees staatsburger. Hij fotografeerde ook Ernest Hemingway in 1957. Zijn boek Portraits of Greatness verscheen in 1959.

Yousuf Karsh werkte met dramatisch licht en rekwisieten die pasten bij het beroep van de geportretteerde. Hij verdiepte zich vooraf in mensen en sprak met hen vóór de opname. In 1989 wijdde de National Gallery of Canada een tentoonstelling aan zijn portretten. Zijn foto's lieten zien hoe voorbereiding en licht een gezicht gezag konden geven. Dat voorbereidende gesprek herinnert me eraan dat mijn werk als fotograaf al vóór de opname begint.

6. Peter Lindbergh (1944-2019, Duitsland)

Peter Lindbergh fotografeerde Linda Evangelista, Naomi Campbell, Tatjana Patitz, Christy Turlington en Cindy Crawford voor de omslag van de Britse Vogue van januari 1990. Die omslag werd gezien als het begin van het supermodeltijdperk. De Duitse fotograaf maakte eerder al de serie White Shirts (1988) in Malibu. Later verschenen boeken als A Different History of Fashion by Lindbergh (2016) en Shadows on the Wall (2017).

Peter Lindbergh koos vaak voor zwart-wit en gaf echtheid voorrang boven een gepolijst uiterlijk. Bekende vrouwen bleven bij hem mensen. De Kunsthal Rotterdam wijdde in 2016-2017 een grote tentoonstelling aan zijn modefotografie. Voor mij laten zijn portretten zien dat ook een foto van een supermodel niet alleen over schoonheid hoeft te gaan.

7. Platon (1968-heden, VK)

Platon bundelde in Power (2011) zijn portretten van wereldleiders. De Britse portretfotograaf met Griekse wortels publiceerde eerder Platon's Republic (2004). In Service (2016) stonden Amerikaanse militairen en hun families centraal. Met The Defenders: Heroes of the Global Fight for Human Rights (2024) richtte hij zich op mensenrechtenverdedigers. Macht en de mensen die daartegen opstonden kregen zo allebei een gezicht.

Platon fotografeerde direct, met weinig afleiding en soms maar dertig seconden voor een sessie. Hij zette geportretteerden op een houten appelkist, ook als er een wereldleider voor hem zat. Sinds 2008 is hij vaste fotograaf bij The New Yorker. Zijn portretfotografie verbond machtigen en mensenrechtenactivisten door dezelfde sobere benadering. Ik kijk bij die houten appelkist vooral naar wat hij als fotograaf weglaat: zelfs voor een wereldleider is die eenvoudige zitplek genoeg.

8. Zanele Muholi (1972-heden, Zuid-Afrika)

Zanele Muholi begon in 2006 aan Faces and Phases, een portretserie die in 2010 ook als boek verscheen. De Zuid-Afrikaanse fotograaf noemde zichzelf ‘visual activist’ en sprak over de geportretteerden als deelnemers. In Somnyama Ngonyama stond Muholi zelf voor de camera. Het boek met deze zelfportretten verscheen in 2018 bij Aperture, naast het werk waarin anderen centraal stonden.

Zanele Muholi liet deelnemers rechtstreeks in de camera kijken. De portretten vormden een archief van mensen uit een vervolgde gemeenschap, vastgelegd met naam en gezicht. Zo kreeg activisme een concrete vorm in portretfotografie. Tate Modern toonde in 2024-2025 een solotentoonstelling; in 2026 ontving Muholi de Hasselblad Award. Die rechtstreekse blik maakt dat ik als fotograaf blijf kijken naar de persoon voor de camera.

9. Bettina Rheims (1952-heden, Frankrijk)

Bettina Rheims fotografeerde androgyne jongeren voor Modern Lovers (1989-1990). De Franse fotograaf werkte daarna aan Chambre Close (1990-1992), haar eerste kleurenserie, met tekst van Serge Bramly. Ze maakte in 1995 ook het officiële portret van president Jacques Chirac. Gender en identiteit keerden terug in haar werk, onder meer in Gender Studies, in 2012 tentoongesteld in het NRW Forum in Düsseldorf.

Bettina Rheims zette haar portretten nadrukkelijk in scène. Houding en stilering hoorden bij haar manier om gender en identiteit te onderzoeken. Rheims ontving in 1994 de Grand Prix de la Photographie de la Ville de Paris. In 2016 volgde een retrospectief in de Maison Européenne de la Photographie. Ik leer van haar gebruik van houding en stilering dat een duidelijk geregisseerde foto toch iets over iemand kan vertellen.

10. Vincent Peters (1969-heden, Duitsland)

Vincent Peters publiceerde in 2014 zijn eerste fotoboek, The Light Between Us, met foto's van acteurs, modellen en muzikanten. De Duitse portretfotograaf bracht ook Personal uit, waarin onder anderen Penélope Cruz, Linda Evangelista en Irina Shayk voorkwamen. Dat boek bevatte grotendeels niet eerder gepubliceerde foto's. Zijn werk verscheen daarnaast in tijdschriften als Vogue, Numéro en The Face.

Vincent Peters maakte zwart-witportretten die aan stilstaande momenten uit een film deden denken. Met licht en schaduw bepaalde hij wat zichtbaar werd en wat verborgen bleef. Kunsthuis Amsterdam toonde in 2017 zijn eerste Nederlandse retrospectief. In 2019 volgde de tentoonstelling Inner Light bij Fotografiska Tallinn. Zijn gebruik van schaduw herinnert me eraan dat ik als fotograaf niet alles zichtbaar hoef te maken om een portret te laten werken.

11. Rineke Dijkstra (1959-heden, Nederland)

Rineke Dijkstra maakte tussen 1992 en 1994 de serie Beach Portraits. De Nederlandse portretfotograaf richtte zich vaak op jongeren die volwassen werden. Andere series waren Tiergarten Series (1998-2000) en Almerisa. Naast foto's maakte ze video's: in 2019 was haar werk Night Watching, een video op drie kanalen, te zien in het Rijksmuseum.

Rineke Dijkstra viel op door haar sobere aanpak: mensen stonden vaak frontaal en ten voeten uit tegen een minimale achtergrond. Daardoor kregen houding en kwetsbaarheid veel ruimte. Ze ontving de Hasselblad Award in 2017 en de Johannes Vermeer Award in 2020. In die houdingen zie ik als fotograaf iets van volwassen worden, zonder dat het keurig afgerond hoeft te zijn.

12. Helmut Newton (1920-2004, Duitsland/Australië)

Helmut Newton publiceerde in 1986 Helmut Newton: Portraits, met Klaus Honnef. De in Berlijn geboren fotograaf maakte naast portretten van beroemdheden veel modewerk, onder meer voor Vogue en Harper's Bazaar. Zijn boeken White Women (1976) en Sleepless Nights (1978) gingen aan het portretboek vooraf. In 1999 verscheen het omvangrijke boek Sumo.

Helmut Newton werkte met gestileerd zwart-wit, erotiek en verwijzingen naar fetisjisme. In Big Nudes stonden naakte modellen frontaal tegen een neutrale achtergrond. Zijn werk gaf macht en erotiek een nadrukkelijke plek in de portretfotografie. Newton richtte in 2003 zijn eigen stichting op, die onderdak kreeg in het Berlijnse Museum für Fotografie. Dat museum opende in 2004. Die frontale naakten maken me als fotograaf ongemakkelijk, en juist dat hoort er voor mij bij.

13. David LaChapelle (1963-heden, VS)

David LaChapelle publiceerde in 1996 zijn fotoboek LaChapelle Land, gevolgd door Hotel LaChapelle in 1999 en Heaven to Hell in 2006. De Amerikaanse fotograaf begon bij Interview en werkte onder meer voor Vanity Fair, Vogue en Rolling Stone. Naast zijn fotografie maakte hij videoclips en de film Rize, die in 2005 verscheen.

David LaChapelle maakte geënsceneerde portretten met felle kleuren, kitsch en verwijzingen naar de kunstgeschiedenis. Consumptie en verlossing keerden terug als onderwerpen. Zijn overzichtstentoonstelling Make Believe was te zien bij Fotografiska New York. Bij hem kon een beroemdhedenportret een heel verzonnen tafereel worden. Dat laat me als fotograaf zien hoeveel ruimte zo'n portret biedt voor iets anders dan alleen een gelijkenis.

14. Sally Mann (1951-heden, VS)

Sally Mann publiceerde in 1992 Immediate Family, een boek met 65 zwart-witfoto's van haar drie kinderen. De Amerikaanse fotograaf had eerder At Twelve: Portraits of Young Women (1988) uitgebracht. Haar directe omgeving keerde terug in haar werk: haar kinderen, haar man en het landschap van het Amerikaanse Zuiden. In 2015 verscheen Hold Still: A Memoir with Photographs.

Sally Mann werkte met groot formaat zwart-wit en gebruikte vanaf midden jaren negentig ook natte-collodiumplaten op glas. Met Immediate Family bracht ze intimiteit en toestemming bij gezinsportretten ter discussie. De National Gallery of Art opende in 2018 Sally Mann: A Thousand Crossings. In 2021 ontving ze de Prix Pictet. Door haar werk denk ik als fotograaf bij fine-art portretten ook aan intimiteit en toestemming: iets vertrouwds als het eigen gezin kan lastige vragen oproepen.

15. Gregory Crewdson (1962-heden, VS)

Gregory Crewdson maakte Twilight tussen 1998 en 2002, gevolgd door Beneath the Roses (2003-2008). De Amerikaanse fotograaf bouwde zijn foto's op rond geënsceneerde situaties in voorstedelijke interieurs en landschappen. Latere series waren Cathedral of the Pines (2013-2014) en Eveningside (2021-2022). Ben Shapiro maakte over zijn werk de documentaire Gregory Crewdson: Brief Encounters (2012).

Gregory Crewdson werkte met filmische belichting, een grote ploeg en weken tot maanden voorbereiding per foto. Zijn scènes waren psychologisch geladen. Crewdson ontving eredoctoraten van Montserrat College of Art in 2012 en SUNY Purchase in 2013. Hoeveel regie kan een portret dragen voordat ik als fotograaf vooral de enscenering zie, vraag ik me bij zijn stille scènes af.

16. Juergen Teller (1964-heden, Duitsland)

Juergen Teller publiceerde in 1999 het fotoboek Go-Sees: Girls Knocking on My Door. De Duitse fotograaf verhuisde in 1986 naar Londen en werkt sinds 1997 aan campagnes voor Marc Jacobs. Hij fotografeerde ook voor het album Let's Get to It (1991) van Kylie Minogue. In 2021 verscheen zijn boek Donkey Man and Other Stories.

Juergen Teller gaf onvolmaaktheid een plek: zijn foto's waren rauw, vaak humoristisch en bewust weinig gepolijst. Hij verscheen ook zelf geregeld in zijn werk. Teller kreeg in 2003 de Citibank Prize for Photography en in 2018 een ICP Infinity Award. Juist die combinatie spreekt me aan: een beroemd gezicht hoeft kennelijk niet keurig op de foto.

17. Tim Walker (1970-heden, VK)

Tim Walker bracht zijn eerste fotoboek uit onder de titel Pictures. De Britse fotograaf fotografeerde voor onder meer Vogue en W. In 2019 was zijn werk te zien in de tentoonstelling Tim Walker: Wonderful Things in het V&A.

Tim Walker maakte geënsceneerde foto's met uitbundige decors en romantische motieven. Zijn portretten hadden daardoor iets van een sprookje. Walker ontving in 2008 de Isabella Blow Award for Fashion Creator en in 2009 een ICP Infinity Award. Aan zijn decors leer ik hoe groot de rol van een verzonnen omgeving in een portret kan zijn.

18. Anton Corbijn (1955-heden, Nederland)

Anton Corbijn publiceerde Famouz in 1989 en U2 & I in 2005. De Nederlandse fotograaf werkte veel met muzikanten, onder wie Tom Waits, Bob Dylan en Björk. Voor Depeche Mode maakt hij sinds 1986 videoclips en sinds 1993 podiumontwerpen. Zijn samenwerking met Tom Waits kreeg ook een boek: Waits/Corbijn '77-'11 (2013).

Anton Corbijn werd bekend met zwart-witfotografie en werkt sinds 1989 ook in kleur, met filters. Zijn portretten hielpen jarenlang het beeld van U2 en Depeche Mode bepalen. In 2015 wijdde C/O Berlin een retrospectief aan hem, gevolgd door Fotografiska Berlijn in 2026. Bij zijn portretten van U2 en Depeche Mode zie ik hoeveel invloed een fotograaf op het gezicht van een band kan hebben.

19. Mary Ellen Mark (1940-2015, VS)

Mary Ellen Mark verbleef voor Ward 81 (1979) zes weken op de afdeling. De Amerikaanse fotograaf werkte voor Falkland Road: Prostitutes of Bombay (1981) drie maanden in de gelijknamige straat. Die serie maakte ze in kleur. Later verschenen onder meer de portretboeken Twins (2003) en Prom (2012).

Mary Ellen Mark bouwde langdurige vertrouwensrelaties op met de mensen die ze fotografeerde, vaak aan de rand van de samenleving. Ze kreeg in 1997 een ICP Infinity Award. Voor mij maakt haar verblijf van zes weken op dezelfde afdeling concreet wat betrokkenheid bij bekende documentaire fotografen kan betekenen.

20. Rankin (1966-heden, VK)

Rankin heet voluit John Rankin Waddell en is geboren in Glasgow. De Britse portretfotograaf richtte samen met Jefferson Hack Dazed & Confused op en begon in 2011 het tijdschrift Hunger. Zijn boeken omvatten Snog (2000) en Hunger The Book (2016). Voor het project Rankin Live (2009) maakte hij ongeveer duizend portretten, één per kwartier.

Rankin maakte glanzende, sterk gepolijste foto's waarin seksualiteit vaak nadrukkelijk aanwezig was. Hij portretteerde onder anderen Elizabeth II, Madonna en Kate Moss. Zijn portretfotografie kreeg erkenning met een Honorary Fellowship van de Royal Photographic Society in 2002 en een British Photography Awards Fellowship in 2019. Ik blijf bij Rankin Live vooral hangen bij dat kwartier per persoon: hoe maak je in die tijd telkens weer een portret van iemand anders?

21. Bryan Adams (1959-heden, Canada)

Bryan Adams fotografeerde koningin Elizabeth II in 2002, tijdens haar gouden jubileum. Een foto uit die sessie verscheen in 2004 en 2005 op een Canadese postzegel. De Canadese zanger heeft daarnaast een tweede loopbaan als fotograaf. Zijn eerste overzichtsboek, Exposed, verscheen in 2012. In Wounded: The Legacy of War (2013) richtte hij zich op de menselijke gevolgen van oorlog.

Bryan Adams fotografeerde veel beroemdheden en werkte voor mode- en reclamemerken. Naast dat opdrachtwerk stond een boek als Wounded: The Legacy of War. Voor zijn modefotografie kreeg hij Lead Awards in 2006, 2012 en 2015. Voor mij zit de les in zijn onderwerpkeuze: naast beroemdheden ook de menselijke gevolgen van oorlog.

22. Steve McCurry (1950-heden, VS)

Steve McCurry maakte in december 1984 het portret dat bekend werd als ‘Afghan Girl’. De foto van Sharbat Gula verscheen in juni 1985 op de omslag van National Geographic. De Amerikaanse fotograaf is sinds 1986 lid van Magnum Photos. Zijn boek Portraits verscheen in 1999, gevolgd door onder meer The Iconic Photographs (2012) en Afghanistan (2017).

Steve McCurry herkende je aan zijn levendige kleuren en zijn aandacht voor wat mensen uit verschillende culturen deelden. Hij won eerste prijzen bij World Press Photo in 1985 en 1992 en kreeg in 2003 de Lucie Award for Photojournalism. Ik zie aan het portret van Sharbat Gula hoe één gezicht een herkenningspunt voor een heel oeuvre kan worden.

23. Nan Goldin (1953-heden, VS)

Nan Goldin bracht in 1986 The Ballad of Sexual Dependency uit bij Aperture. De Amerikaanse fotograaf legde daarvoor haar eigen leven, vrienden en intieme relaties vast. Ze toonde de foto's ook als diashow. In 1985 was het werk te zien in het Whitney Museum. Daar volgde in 1996 het retrospectief I'll Be Your Mirror, opnieuw met haar persoonlijke fotografie als onderwerp.

Nan Goldin maakte openhartige portretten die het karakter van snapshots hadden. Haar vrienden vormden een soort uitgebreide familie, met hun relaties en dagelijks leven als onderwerp. In 2014 kreeg ze de Lucie Award for Achievement in Portraiture. Voor mij zit haar belang voor portretfotografie juist in die nabijheid. Ik leer van haar portretten om ook dichtbij te kijken, naar het eigen leven en de mensen daarin.

24. Camille Vivier (1977-heden, Frankrijk)

Camille Vivier is een Franse fotograaf die in Parijs woont en werkt. Haar boeken omvatten Couleurs du Spectre (2011), Sophie (2019) en H.R. Giger by Camille Vivier (2022). Vrouwelijke figuren en lichamen keerden terug in haar werk, waaronder bodybuilders in onverwachte omgevingen. Denk aan de studeerkamer van Freud of het atelier van Giger.

Camille Vivier maakte geënsceneerde figuurstudies tussen kunst en mode, met aandacht voor het lichaam en stillevens. Ze won in 1998 de fotografieprijs van het Festival de Hyères. In 2026 volgde haar eerste retrospectief bij de MEP in Parijs. Bij een bodybuilder in de studeerkamer van Freud kijk ik vanzelf naar de omgeving als onderdeel van het portret.

25. Erwin Olaf (1959-2023, Nederland)

Erwin Olaf publiceerde in 1988 het boek Chessmen. An Attempt to Play the Game. Met Chessmen won de Nederlandse fotograaf datzelfde jaar de titel Young European Photographer of the Year. Later maakte hij de zelfportretserie I wish, I am, I will be (2009) en de officiële portretten van de koninklijke familie in 2018. Hij overleed op 20 september 2023.

Erwin Olaf bouwde geënsceneerde taferelen waarin hij zowel regisseur als fotograaf was. Zijn foto's hadden iets filmisch, met spanning onder een verzorgd oppervlak. In 2018 ging een kernverzameling van meer dan 500 werken naar het Rijksmuseum, dat hem in 2023 eerde met een presentatie in de Eregalerij. Juist dat ongemak houdt me als fotograaf bij zijn portretten: er blijft iets knagen aan wat zo keurig lijkt.

Stephan Vanfleteren

Op nummer 1 van deze lijst natuurlijk mijn grote voorbeeld Stephan Vanfleteren. Hij staat bekend om zijn krachtige zwart-witportretten die een diepgaande, tijdloze uitstraling hebben. Zijn werk is doordrongen van contrast en eenvoud, waardoor elk portret een intense emotionele lading krijgt. Door zijn gebruik van subtiele lichtval en minimale afleiding in de achtergrond, weet hij de essentie van zijn modellen vast te leggen op een manier die bijna tastbaar is. Zijn portretten onthullen de ziel van zijn onderwerpen, ongeacht of het gaat om anonieme gezichten of bekende persoonlijkheden.

Naast zijn portretten heeft Vanfleteren ook talloze projecten gerealiseerd waarin hij de Vlaamse identiteit en het menselijk bestaan onderzoekt. Zijn boek Portraits verzamelt een groot deel van zijn meest invloedrijke werken en toont hoe hij met een ogenschijnlijk eenvoudige aanpak een enorme impact weet te creëren. Zijn portretten zijn intiem, soms confronterend, maar altijd met een diep respect voor het individu dat hij fotografeert.

Wat Vanfleteren onderscheidt, is zijn vermogen om tijdloosheid en karakter in beeld te brengen. Zijn modellen – variërend van onbekenden tot beroemdheden – worden vaak met minimale afleiding vastgelegd, waardoor de nadruk volledig op hun gezichten en expressies ligt. Zijn werk wordt vaak tentoongesteld en geprezen om de pure, eerlijke manier waarop hij de menselijke conditie vastlegt. Zijn portretten voelen niet slechts als beelden, maar als verhalen die de kijker uitnodigen om langer stil te staan bij de kracht van eenvoud en emotie.

Tel daar allemaal bij op dat de schijnbaar moeiteloze switch die hij maakt tussen portret-, straat-, documentaire en landschapsfotografie me enorm aanspreekt. Brede interesse, gefotografeerd vanuit een haast maniakale drive om mooie dingen vast te leggen. Van Surf Tribe tot Transcripts of a Sea; zo inspirerend.

Wil je een portret dat niet alleen een afbeelding is, maar ook een verhaal vertelt?
Neem contact met me op!

Meer portretfotografie

Zwart-wit portretten

Een portret zonder kleur, zodat alleen jij overblijft.

Lees meer over Zwart-wit portretten

Fine-art portretten

Een zorgvuldig gecreëerd portret dat blijft hangen.

Lees meer over Fine-art portretten

Omgevingsportretten

Een portret op de plek die net zoveel over je zegt als je gezicht.

Lees meer over Omgevingsportretten

Portretfotografie in Nijmegen

Portretfotografie in de studio in Nijmegen, ontspannen en informeel.

Lees meer over Portretfotografie in Nijmegen

Alle portretfotografie op één plek

Stijlen, voorbeelden en prijzen voor een portret dat bij je past.

Bekijk alle portretfoto's Alle portretfotografie op één plek

Een dagdeel voor jezelf

PAUZE is een portretdagdeel: rust, aandacht en een stapel foto's om trots op te zijn.

Boek jouw PAUZE Een dagdeel voor jezelf