Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog 37 dagen, 14 uur, 58 minuten en 4 seconden om je aan te melden!

Bekende documentaire fotografen

Bekende documentaire fotografen

Documentaire fotografie legt, nog meer dan straatfotografie, verhalen vast die anders misschien onopgemerkt blijven. Van sociale ongelijkheid tot alledaagse momenten, deze fotografen hebben de wereld laten zien zoals die echt is. Hieronder ter inspiratie een overzicht van 25 van de meest invloedrijke documentaire fotografen aller tijden. Natuurlijk zijn er meer, maar ik heb geprobeerd een mooie doorsnede te maken!

Heb je nu zelf een project en zoek je een documentair fotograaf met wortels in de straatfotografie (ongepolijste, spontane fotografie) die ook met je meedenkt, neem dan vooral contact met me op.

Liever fotografen die vanuit de straat werkten in plaats van de documentaire traditie? Ik zette ook 25 bekende straatfotografen op een rij.

1. Robert Frank (1924-2019, Zwitserland)

Robert Frank koos voor zijn bekendste fotoboek 83 foto's uit ongeveer 28.000 opnames. Hij maakte ze tijdens een reis door de Verenigde Staten, met een Guggenheim-beurs uit 1955. Het boek verscheen als Les Américains in Parijs in 1958 en als The Americans in 1959, met een inleiding van Jack Kerouac.

Robert Frank keek als buitenstaander naar Amerika. Zijn foto's waren ruw en persoonlijk, met ongewone uitsnedes en onscherpte. Daarmee brak hij met de nette fotojournalistiek van zijn tijd. Juist dat maakt zijn werk interessant: een foto hoeft kennelijk niet keurig te zijn om iets te vertellen. Frank kreeg in 1996 de Hasselblad Award. Ook in de geschiedenis van de straatfotografie kom je hem tegen.

2. Henri Cartier-Bresson (1908-2004, Frankrijk)

Henri Cartier-Bresson bracht in 1952 Images à la sauvette uit, met 126 foto's en een omslag van Henri Matisse. De Engelse titel, The Decisive Moment, kwam van de Amerikaanse uitgever. Het boek maakte het begrip ‘het beslissende moment’ beroemd. Ik schreef over dit boek in mijn artikel over verhalen vertellen met foto's. Cartier-Bresson had in 1947 al Magnum Photos opgericht, samen met Robert Capa, David Seymour, George Rodger en William Vandivert.

Henri Cartier-Bresson werkte met een Leica 35mm, gebruikte geen flits en sneed zijn foto's niet bij. Het kader lag dus al vast bij de opname. Dat spreekt me minstens zo aan als dat beroemde moment. Hij ontving de Hasselblad Award in 1982. In 2003 kwam daar de Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs bij.

3. Sebastião Salgado (1944-2025, Brazilië)

Sebastião Salgado fotografeerde voor Workers (1993) onder meer de goudmijn Serra Pelada. De Braziliaanse documentairefotograaf werkte later aan Migrations (2000) en Genesis (2013). Zijn projecten namen jaren in beslag. Naast zijn fotografische werk richtte hij in 1998 met zijn vrouw Lélia het Instituto Terra op, dat zich bezighoudt met herbebossing.

Sebastião Salgado maakte dramatische, monumentale zwart-witfotografie. De lange duur van zijn projecten hoort bij die aanpak: hij gaf een onderwerp jaren. Zijn werk kreeg erkenning met de Hasselblad Award in 1989 en de Praemium Imperiale in 2021. De documentaire The Salt of the Earth (2014) gaat over zijn werk. Grote foto's, met veel tijd erachter.

4. Walker Evans (1903-1975, VS)

Walker Evans werkte vanaf 1935 voor de Farm Security Administration, tijdens de Grote Depressie. Met American Photographs kreeg hij in 1938 de eerste grote fotografietentoonstelling van één fotograaf in MoMA. Voor Let Us Now Praise Famous Men (1941) werkte hij samen met schrijver James Agee aan een portret van pachtersgezinnen in Alabama.

Walker Evans noemde zijn aanpak ‘lyric documentary’. Zijn foto's zijn sober, frontaal en precies. Die combinatie vind ik mooi: een nuchtere beschrijving kan blijkbaar ook iets poëtisch hebben. In Many Are Called (1966) staan zijn heimelijk gemaakte portretten uit de New Yorkse metro. MoMA wijdde in 1971 een retrospectief aan Evans.

5. Don McCullin (1935-heden, Verenigd Koninkrijk)

Don McCullin brak door met The Guvnors (1958), een foto van een Londense jeugdbende. De Britse fotograaf legde tussen 1966 en 1984 oorlogen vast voor The Sunday Times Magazine. Zijn boek Hearts of Darkness verscheen in 1980. Voor zijn werk uit Cyprus won hij in 1964 de World Press Photo van het jaar.

Don McCullins donkere, korrelige zwart-witfotografie beperkt zich niet tot zijn oorlogswerk. Later fotografeerde hij ook landschappen in Somerset. Een ander onderwerp dus, met dat donkere zwart-wit als overeenkomst. McCullin werd in 2017 geridderd. Zijn loopbaan omvat daarmee zowel erkenning voor zijn fotojournalistiek als werk aan landschappen.

6. Bruce Davidson (1933-heden, VS)

Bruce Davidson bleef voor East 100th Street (1970) twee jaar in één straat in East Harlem. De Amerikaanse fotograaf was sinds 1958 lid van Magnum. Zijn foto's voor Brooklyn Gang dateren uit 1959 en verschenen in 1998 als boek. Voor Subway (1986) fotografeerde hij tussen 1980 en 1985 in kleur in de New Yorkse metro.

Bruce Davidson neemt de tijd om vertrouwen te winnen. Lang blijven en met empathie fotograferen vormen de basis van zijn aanpak. Twee jaar in één straat: dat maakt die werkwijze meteen concreet. Zijn documentaire fotografie kreeg in 2018 erkenning met de ICP Infinity Award voor zijn hele oeuvre. Bij Davidson begint fotograferen met de tijd nemen voor mensen.

7. Diane Arbus (1923-1971, VS)

Diane Arbus maakte Identical Twins, Roselle, N.J. in 1967, hetzelfde jaar waarin ze samen met Lee Friedlander en Garry Winogrand deelnam aan New Documents in MoMA. Een andere bekende foto is Child with Toy Hand Grenade in Central Park (1962). Haar werk omvat mensen aan de rand van de samenleving en gewone mensen die vreemd lijken.

Diane Arbus fotografeerde haar onderwerpen frontaal, in een vierkant formaat, en gebruikte ook bij daglicht flits. Die aanpak past bij haar portretten, waarin het gewone soms vreemd lijkt. Arbus ontving in 1963 een Guggenheim-beurs. Na haar dood volgden in 1972 een retrospectief in MoMA en een monografie bij Aperture. De erkenning liep dus door.

8. David Goldblatt (1930-2018, Zuid-Afrika)

David Goldblatt legde Zuid-Afrika vast in boeken als On the Mines (1973) en Some Afrikaners Photographed (1975). In The Transported of KwaNdebele (1989) fotografeerde hij pendelaars die uren in bussen zaten. Hij richtte in 1989 ook de Market Photo Workshop in Johannesburg op. Zijn werk aan fotografie omvatte daarmee zowel eigen projecten als een fotografieschool.

David Goldblatt liet apartheid zien via het dagelijks leven, het landschap en gebouwen. Geweld was niet zijn ingang. Juist die uren in een bus maken voor mij concreet hoe een politiek systeem in gewone levens doorwerkt. Goldblatt werd in 1998 de eerste Zuid-Afrikaan met een solotentoonstelling in MoMA en ontving in 2006 de Hasselblad Award.

9. Jill Freedman (1939-2019, VS)

Jill Freedman fotografeerde het protestkamp van de Poor People's Campaign in Washington voor Old News: Resurrection City (1970). In Firehouse (1977) volgde ze de brandweer in New York. Daarna verscheen Street Cops (1982), over de politie in dezelfde stad. Freedman ging mee met de mensen die ze fotografeerde, een aanpak die bij deze onderwerpen past.

Jill Freedman werkte in zwart-wit, met Tri-X en beschikbaar licht. Haar documentaire aanpak was heel concreet: aanwezig zijn bij wat mensen doen. Freedman kreeg in 1982 de Leica Medal of Excellence voor haar fotografie.

10. Susan Meiselas (1948-heden, VS)

Susan Meiselas fotografeerde striptease-artiesten op kermissen in New England voor Carnival Strippers (1976). Haar kleurenboek Nicaragua, June 1978-July 1979 verscheen in 1981 en bevat de foto die bekend werd als ‘Molotov Man’. In 1997 volgde Kurdistan: In the Shadow of History. Meiselas werd in 1976 genomineerd voor Magnum en in 1980 lid.

Susan Meiselas verbindt in haar oeuvre onderwerpen die behoorlijk uiteenlopen: kermisartiesten in New England, Nicaragua en Koerdistan. Dat maakt haar werk voor mij interessant binnen de documentaire fotografie. Eén onderwerp beschrijft haar loopbaan duidelijk niet. Meiselas kreeg in 1992 een MacArthur-beurs en ontving in 2019 de Deutsche Börse Photography Foundation Prize.

11. Philip Jones Griffiths (1936-2008, Verenigd Koninkrijk)

Philip Jones Griffiths publiceerde in 1971 Vietnam Inc., een kritisch fotoboek over de oorlog in Vietnam. De fotograaf uit Wales werd datzelfde jaar volwaardig lid van Magnum, nadat hij sinds 1966 geassocieerd was. Vanaf 1980 was hij vijf jaar voorzitter van het agentschap. Zijn boek Dark Odyssey verscheen in 1996.

Philip Jones Griffiths werkte in meer dan 120 landen. Toch is juist het uitgesproken onderwerp van Vietnam Inc. een bruikbaar vertrekpunt om zijn werk te bekijken: een kritische blik op één oorlog. Voor mij laat dat boek zien dat documentaire fotografie ook een standpunt kan innemen. Zijn voorzitterschap van Magnum vormt daarnaast een belangrijke mijlpaal.

12. Raghu Rai (1942-2026, India)

Raghu Rai begon in 1966 als fotograaf bij The Statesman. Hij fotografeerde vanaf 1970 Moeder Teresa en legde in 1971 de oorlog in Bangladesh vast. In 1984 fotografeerde hij de gasramp van Bhopal. Rai werd geboren in Jhang, dat nu in Pakistan ligt, en overleed op 26 april 2026 in Delhi.

Raghu Rai werd in 1977 op voordracht van Henri Cartier-Bresson het eerste Indiase lid van Magnum. Eerder had hij al de Padma Shri ontvangen, in 1972. Die erkenning en zijn werk rond Bangladesh en Bhopal maken zijn belang voor de fotojournalistiek concreet. Zijn loopbaan omvat zowel het volgen van Moeder Teresa als het vastleggen van oorlog en een ramp.

13. LaToya Ruby Frazier (1982-heden, VS)

LaToya Ruby Frazier richtte de camera voor The Notion of Family (2014) op haar eigen familie en haar geboortestad Braddock, een vervallen staalstad in Pennsylvania. Haar moeder en grootmoeder maken deel uit van het werk. Met Flint Is Family (2016-2017) werkte ze aan de watercrisis in Flint. Haar eigen omgeving vormde dus een beginpunt.

LaToya Ruby Frazier mengt zelfportretten met sociale documentaire fotografie. Ze behandelt ras en klasse, maar ook gezondheid en milieu. Het persoonlijke krijgt daarmee een heel concrete plek: haar familie en Braddock horen bij hetzelfde verhaal. Frazier kreeg in 2014 een Guggenheim-beurs en in 2015 een MacArthur-beurs. Ik vind vooral die nabijheid van haar onderwerpen interessant.

14. Gabriele Basilico (1944-2013, Italië)

Gabriele Basilico studeerde architectuur en fotografeerde voor Ritratti di fabbriche tussen 1978 en 1980 fabrieken in Milaan. Het boek verscheen in 1981. Hij was de enige Italiaan in de Franse DATAR-missie, die in 1984-1985 het Franse landschap documenteerde. In Beirut (1991) fotografeerde hij de verwoeste stad na de burgeroorlog, opnieuw met de gebouwde omgeving als onderwerp.

Gabriele Basilico maakte de stad en haar architectuur tot onderwerp, zonder mensen in zijn foto's. Bernd en Hilla Becher beïnvloedden zijn werk. Dat maakt hem interessant binnen de documentaire fotografie: ook gebouwen kunnen het onderwerp van een documentaire zijn. Basilico ontving in 1996 de Osella d'Oro op de Biënnale van Venetië.

15. Claude Dityvon (1937-2008, Frankrijk)

Claude Dityvon fotografeerde in mei 1968 in Parijs. Hij liep onder meer over de boulevard Saint-Michel, zonder opdracht van een krant. Hij verkocht toen geen foto's aan de pers en wachtte soms lang tot een beeld kwam. In zijn zwart-witfoto's staan licht en donker sterk tegenover elkaar, met ruimte voor onscherpte en beweging. De mens is soms bijna onzichtbaar in een geduldig gecomponeerd beeld.

Claude Dityvon maakte in 1970 in opdracht van het Maison de la Culture van Chalon-sur-Saône een reportage over de stad en haar inwoners. Voor die reportage kreeg hij de Prix Niépce. In 1972 richtte hij het fotobureau Viva mede op, samen met onder anderen Martine Franck, Guy Le Querrec en Richard Kalvar. In 1986 verscheen zijn boek Humeurs de la ville.

16. Paolo Pellegrin (1964-heden, Italië)

Paolo Pellegrin fotografeert oorlog, conflict en de nasleep ervan. De Italiaanse fotograaf publiceerde Kosovo in 2002, gevolgd door As I Was Dying (2007) en Dies Irae (2011). Magnum nomineerde hem in 2001 en nam hem in 2005 op als lid. In 2006 ontving Pellegrin de W. Eugene Smith Grant voor zijn werk.

Paolo Pellegrin werkt met donker, beweeglijk zwart-wit. Die stijl hoort bij zijn foto's van conflicten en wat daarna overblijft. Vooral dat laatste telt voor mij: de nasleep is ook een onderwerp. Pellegrin won tien World Press Photo-prijzen, waarvan de eerste in 1995. Zijn werk heeft daarmee herhaaldelijk erkenning gekregen binnen de fotojournalistiek.

17. Joan Colom (1921-2017, Spanje)

Joan Colom fotografeerde tussen 1958 en 1961 in Barri Xino, de rosse buurt van Barcelona die ook El Raval heet. Zijn tentoonstelling El carrer was in 1961 te zien in Sala Aixelà. In 1964 verscheen Izas, rabizas y colipoterras, met tekst van Camilo José Cela. Na het boek volgde een rechtszaak en stopte Colom met fotograferen.

Joan Colom fotografeerde vaak vanaf de heup, zonder dat mensen het merkten. Dat is een concreet kenmerk van zijn straatfotografie, met een loopbaan die na die rechtszaak stilviel. Zijn werk werd later herontdekt: in 1999 volgde een tentoonstelling in het MNAC. Colom kreeg in 2002 de Premio Nacional de Fotografía.

18. Christer Strömholm (1918-2002, Zweden)

Christer Strömholm fotografeerde tussen 1958 en 1968 trans vrouwen rond de Place Blanche en Pigalle in Parijs. De foto's verschenen in Les Amies de Place Blanche (1983). Eerder publiceerde de Zweedse fotograaf Poste Restante (1967). Vanaf 1962 leidde hij daarnaast de Fotoskolan in Stockholm, waar hij belangrijk werd voor generaties Zweedse fotografen.

Christer Strömholm bleef tien jaar aan zijn onderwerp rond de Place Blanche en Pigalle werken. Die lange periode neem ik mee bij het bekijken van Les Amies de Place Blanche. Zijn invloed liep ook via het onderwijs aan de Fotoskolan. Strömholm ontving eind jaren negentig de Hasselblad Award.

19. Luigi Ghirri (1943-1992, Italië)

Luigi Ghirri publiceerde in 1978 Kodachrome, een fotoboek van een pionier van de kleurenfotografie. In 1984 stelde hij Viaggio in Italia samen: een tentoonstelling en boek waarin twintig fotografen naar het Italiaanse landschap keken. Zijn eigen boek Paesaggio italiano volgde in 1989. Het landschap keert daarmee terug in zowel zijn foto's als zijn werk als samensteller.

Luigi Ghirri speelde met werkelijkheid en verbeelding. Borden, kaarten en afbeeldingen in het landschap werden onderdeel van zijn foto's, vaak met een ironische blik. Dat vind ik een prettige gedachte: in een landschap staan ook weer afbeeldingen van de wereld. Zijn werk geeft kleur en zulke alledaagse details een plek binnen de documentaire fotografie.

20. Josef Koudelka (1938-heden, Tsjechië)

Josef Koudelka fotografeerde de Sovjet-invasie van Praag in augustus 1968. De foto's verschenen anoniem onder ‘P.P.’, voor ‘Prague Photographer’, en kregen in 1969 de Robert Capa Gold Medal. Het boek Invasion 68: Prague verscheen in 2008. Eerder publiceerde hij Gypsies (1975), over Roma in Oost-Europa, en Exiles (1988), andere belangrijke boeken binnen zijn oeuvre.

Josef Koudelka werkte voor Chaos (1999) met panoramafoto's. Dat boek voegt een ander formaat toe aan een oeuvre waarin ook de invasie van Praag en Roma in Oost-Europa voorkomen. Zijn werk kreeg in 1992 de Hasselblad Award. Koudelka was vanaf 1971 verbonden aan Magnum en werd in 1974 volwaardig lid.

21. Jean Gaumy (1948-heden, Frankrijk)

Jean Gaumy mocht in 1976 als eerste fotojournalist in Franse gevangenissen werken. Daaruit kwam het boek Les Incarcérés (1983) voort. Hij fotografeerde ook in het ziekenhuis voor L'Hôpital. Voor Pleine mer (2001) richtte hij zich op vissers op trawlers. Dat boek kreeg in het jaar van verschijnen de Prix Nadar.

Jean Gaumy koos met gevangenissen, het ziekenhuis en trawlers heel concrete werkomgevingen en leefomstandigheden als onderwerp. Dat geeft je verschillende ingangen om zijn documentaire fotografie te bekijken. Ook D'après nature (2010) kreeg de Prix Nadar. Gaumy werd in 1986 lid van Magnum en werd in 2016 gekozen in de Académie des Beaux-Arts, waar zijn installatie in 2018 volgde.

22. Zanele Muholi (1972-heden, Zuid-Afrika)

Zanele Muholi noemt zichzelf ‘visual activist’. Die begon in 2006 aan Faces and Phases, een serie portretten van zwarte lesbiennes, trans en non-binaire mensen in Zuid-Afrika. In Somnyama Ngonyama maakt Muholi zelfportretten. Hun werk was in 2013 te zien op de Biënnale van Venetië en kreeg ook een overzichtstentoonstelling in Tate Modern.

Zanele Muholi geeft met ‘visual activist’ zelf aan hoe die hun werk ziet. De mensen in Faces and Phases en de zelfportretten in Somnyama Ngonyama maken die keuze concreet. Voor mij is dat een helder vertrekpunt om hun fotografie te bekijken. Muholi ontving de Prince Claus Award in 2013 en de Hasselblad Award in 2026.

23. Latif Al Ani (1932-2021, Irak)

Latif Al Ani fotografeerde het moderne, opkomende Irak van de jaren vijftig en zestig. Vanaf 1954 werkte hij voor Ahl al-Naft, het blad van de Iraq Petroleum Company, en later voor het Iraakse persbureau. Hij stopte in 1979 met fotograferen. Een groot deel van zijn archief ging in 2003 verloren.

Latif Al Ani wordt ‘de vader van de Iraakse fotografie’ genoemd. Zijn foto's documenteren een concrete periode: het opkomende Irak van de jaren vijftig en zestig. Het verlies van een groot deel van zijn archief maakt die bewaard gebleven blik voor mij des te belangrijker. Zijn werk was in 2015 te zien in het Iraakse paviljoen op de Biënnale van Venetië.

24. Mary Ellen Mark (1940-2015, VS)

Mary Ellen Mark fotografeerde voor Ward 81 (1979) op de vrouwenafdeling van het Oregon State Hospital. In Falkland Road (1981) portretteerde ze sekswerkers in Mumbai, in kleur. Streetwise begon in 1983 als reportage over straatkinderen in Seattle voor Life. Daarna volgden de film met Martin Bell in 1984, genomineerd voor een Oscar, en het boek in 1988.

Mary Ellen Mark trok lang op met mensen aan de rand van de samenleving en fotografeerde hen met empathie. Het meisje Tiny uit Streetwise bleef ze tientallen jaren volgen. Dat maakt haar aanpak tastbaar: de betrokkenheid eindigde niet bij die ene reportage. Voor mij zit juist in dat blijven volgen veel van haar belang als documentairefotograaf. Je vindt haar ook in mijn overzicht van bekende portretfotografen.

25. Lewis Hine (1874-1940, VS)

Lewis Hine fotografeerde de bouw van het Empire State Building in 1930-1931 en publiceerde Men at Work in 1932. Eerder legde hij tussen 1904 en 1909 immigranten op Ellis Island vast. Vanaf 1908 werkte hij voor het National Child Labor Committee, waarvoor hij kinderarbeid fotografeerde in fabrieken, mijnen en op het land.

Lewis Hine was socioloog en leraar en zag fotografie als middel voor sociale verandering. Zijn foto's droegen bij aan wetten tegen kinderarbeid. Dat is een concrete reden waarom zijn werk ertoe doet, ook buiten de fotografie. De Library of Congress bewaart meer dan 5000 foto's van Hine. Bij Hine houdt het belang van een foto niet op bij wat erop staat.

Deze fotografen hebben de wereld veranderd door middel van hun beelden. Hun werk laat zien hoe krachtig documentaire fotografie kan zijn – van oorlog tot armoede, van protesten tot het dagelijks leven. Graag diep ik er een uit die door de recente film (2025) over haar leven (prachtige rol van Kate Winslet) opeens weer helemaal in het nieuws is:

Lee Miller (1907-1977)

Lee Miller begon haar carrière als model en surrealistische fotograaf, voordat ze zich ontwikkelde tot een van de meest invloedrijke oorlogsfotografen van de 20e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte ze als correspondent voor Vogue en legde ze de bevrijding van concentratiekampen zoals Dachau en Buchenwald vast. Haar werk was rauw, confronterend en toonde de menselijke impact van oorlog op een manier die ongekend was. Naast haar oorlogsfotografie had ze ook een sterke band met de surrealistische kunstbeweging en werkte ze samen met Man Ray.

Haar leven en werk zijn recentelijk opnieuw onder de aandacht gebracht door de speelfilm Lee (2023), waarin Kate Winslet de rol van Lee Miller vertolkt. De film richt zich op haar tijd als oorlogscorrespondent en toont de complexiteit van haar leven – van haar carrière in de mode tot de emotionele impact van wat ze tijdens de oorlog zag. De film biedt een diepere kijk op haar veelzijdige persoonlijkheid en de manier waarop ze de realiteit van de oorlog vastlegde.

Fotografie docs op YouTube

Een volkomen random selectie van fotografische documentaires op YouTube. For your viewing pleasure.