Meerdaagse masterclass in Londen, 20-21 november: Je hebt nog 36 dagen, 13 uur, 7 minuten en 30 seconden om je aan te melden!

Waarom een portretfoto meer vertelt dan je gezicht

Gepubliceerd op 18 april 2026

Er is een foto van mij die ik al jaren bewaar in de camerarol van mijn telefoon. Niet omdat ik er goed op sta, maar omdat ik er eerlijk op sta. Het was 2019, ik stond onder druk, en dat zie je. Niet door wat ik doe of zeg op die foto, maar door iets in mijn ogen. Iets in de manier waarop mijn schouders hangen.

Dat is wat een goed portret doet. Het laat zien wat je niet uitleggen kunt.

Maar wat maakt een foto van je gezicht nou een portretfoto? Ik wil je laten zien waar ik op let, waarom tijd zoveel verschil maakt en wat je zelf kunt doen om straks een foto te hebben waarop je jezelf herkent.

➜ Meer over mijn achtergrond

Het verschil tussen een foto en een portret

Een paspoortfoto is ook een foto van jouw gezicht, maar het is geen portret. Een portret gaat over wie je bent op het moment dat de fotograaf op de knop drukt. Niet wie je wilt zijn, niet hoe je op je LinkedIn wilt overkomen. Wie je bent.

Zwart-wit foto van een man met grijs haar en baard, die met samengevouwen handen voor zijn gezicht zit, tegen een donkere achtergrond.

Dat klinkt zweverig, maar het is gewoon fotografie. Licht, compositie, timing. Het verschil zit voor mij in de vraag of iemand de tijd neemt om jou te leren kennen voordat hij zijn camera pakt.

Daarmee bedoel ik trouwens niet dat een fotograaf na een gesprek precies weet wie je bent. Zo eenvoudig zijn mensen gelukkig niet. Een portret laat iets van je zien, op dat moment. Misschien ben je uitbundig, misschien bedachtzaam. Allebei kun jij zijn. Je hoeft niet je hele persoonlijkheid in een foto te proppen.

Je ziet het ook aan de handen

Bij een portret kijk je al snel naar de ogen. Logisch. Maar kijk ook eens naar de rest. Hoe iemand zit. Of de handen ergens liggen of zich ergens aan vastklampen. Of de schouders omhoog staan. Het zijn kleine dingen die mee bepalen hoe je een foto leest.

Zwart-wit portret van een jonge vrouw die naar de camera kijkt, haar handen vasthoudend aan de ritssluiting van haar jas.

Soms gebeurt er tussen de poses door iets wat interessanter is dan de pose zelf. Iemand kijkt even opzij, luistert of moet lachen om iets wat net gezegd is. Er verdwijnt wat spanning uit het gezicht. Dat kan een foto opleveren waarin je iemand ineens herkent.

Dat zijn geen regels. Gekruiste armen betekenen niet automatisch dat iemand gesloten is. Misschien zit het gewoon lekker. En een serieuze blik hoeft niet dieper te zijn dan een lach. Ik vind het nogal wat om uit de stand van een wenkbrauw een hele persoonlijkheid af te leiden.

Ook het licht en de ruimte om je heen vertellen mee. Licht kan een gezicht zachter laten overkomen of juist de lijnen benadrukken. Een rustige achtergrond houdt je aandacht bij de persoon. Een werkplek kan iets toevoegen over diens dagelijks leven. De vraag is steeds wat je daardoor van iemand ziet.

Wat er misgaat bij een standaard shoot

Je weet hoe het gaat. Je maakt een afspraak, rijdt ergens naartoe, er staat iemand klaar met een camera, je weet niet waar je je handen moet laten, je trekt een glimlach en achteraf sta je in je auto te denken: dit was het dan.

Het probleem is niet de fotograaf. Het probleem is tijd. Of het gebrek eraan.

Een portret heeft tijd nodig. Niet voor de techniek, maar voor de ontspanning. De eerste twintig minuten voor de camera zijn bijna altijd verloren tijd. Iedereen spant zijn schouders op, trekt zijn buik in, glimlacht een beetje te breed. Pas daarna, als de fotograaf stopt met tellen en begint met kijken, gebeurt er iets.

Met verloren tijd bedoel ik de foto's, niet het wennen. Dat wennen hoort erbij. Je bent ergens binnengekomen waar je bekeken gaat worden. Natuurlijk ben je dan bezig met hoe je overkomt. Daar hoef je jezelf niet ook nog voor op je kop te geven.

Ontspannen lukt zelden op commando

“Doe maar gewoon” is een lastige opdracht als je ineens moet bedenken wat gewoon eigenlijk is. Je eerste reactie op een camera is vaak een pose. Je zet het gezicht op waarvan je denkt dat het op een foto hoort. Ondertussen ben je druk met je mond en weet je nog steeds niet waar die handen heen moeten.

Een gesprek geeft je iets anders om mee bezig te zijn. Je luistert, reageert, denkt even na. Je aandacht verschuift naar wat je vertelt. Daar kan de blik ontstaan die mensen van je kennen.

Zwart-wit foto van een vrouw met middellang haar die rust haar hoofd op haar hand, serieuze uitdrukking, donkere achtergrond.

Zo'n gesprek hoeft nergens diep over te gaan. Je hoeft niets persoonlijks te vertellen om een goed portret te verdienen. Even praten over je werk kan al genoeg zijn om niet voortdurend aan die camera te denken. En soms duurt het wennen wat langer. Daar moet ruimte voor zijn.

Wat je zelf kunt doen voordat je voor de camera staat

Als je ergens onzeker over bent, zeg het vooraf. Misschien vind je je lach ongemakkelijk of ben je bang dat je verstijft zodra er een camera verschijnt. Dan ligt het tenminste op tafel. Anders sta je tijdens de sessie misschien vooral te controleren of precies datgene gebeurt waar je tegen opzag.

Kies kleding waarin je jezelf bent en waarin je prettig kunt zitten en bewegen. Een jasje dat je steeds recht moet trekken vraagt aandacht die je liever ergens anders voor gebruikt. Je hoeft voor een portret geen nieuwe versie van jezelf aan te schaffen.

Je kunt iets meenemen wat bij je past. Dat kan een vertrouwd kledingstuk zijn, of een voorwerp dat iets met je werk te maken heeft. Het hoeft niet op de foto. Bespreek samen of het iets toevoegt. Een voorwerp kan iets over je vertellen, maar het kan ook behoorlijk in de weg zitten.

Probeer zonder haast aan te komen. Rechtstreeks vanuit een volle agenda voor een camera gaan staan kan voelen alsof je nog ergens anders moet zijn. Gun jezelf de gelegenheid om even te landen.

Vertel ook waarvoor je de foto nodig hebt en waar je over twijfelt. Dat geeft het gesprek richting. Meer praktische voorbereiding vind je in mijn artikel over hoe je je voorbereidt op een portretshoot. Zie die voorbereiding vooral als een manier om gedoe weg te nemen. Je hoeft niet thuis alvast ontspannen te leren kijken.

Waar de foto terechtkomt, maakt uit

Voor je werk of LinkedIn wil je misschien vooral duidelijk herkenbaar zijn. Een headshot, waarbij de nadruk op je gezicht ligt, kan dan passen. Zeker als de foto klein wordt weergegeven, is het handig dat je gezicht voldoende ruimte krijgt. Een achtergrond vol details voegt daar misschien weinig toe.

Bij een boek speelt ook de vormgeving mee. Komt het portret op de omslag of ergens binnenin? Is er ruimte nodig voor tekst? Dat zijn vragen om vooraf te bespreken. In mijn artikel over een authentiek portret voor je boekomslag ga ik daar verder op in.

Wil je juist iets van je dagelijks leven laten zien, dan kan je omgeving meedoen. Bij een portret bij je werk of thuis vertelt de plek een deel van het verhaal. Dan is het de moeite waard om te kijken wat van die plek zichtbaar moet zijn.

Omgevingsportret van Rolf Schouten: een man in een lichte blazer en spijkerbroek zit op een bank in een winkelstraat.

Het doel helpt dus bij de keuze voor de locatie, de uitsnede en de ruimte om je heen. Het uitgangspunt blijft dat je jezelf in de foto moet kunnen herkennen. Ook als hij voor je werk bedoeld is.

Kleur of zwart-wit verandert waar je naar kijkt

Kleur kan iets toevoegen. De kleur van je kleding of van de ruimte kan bij je horen. Maar een felgekleurd voorwerp op de achtergrond kan ook aandacht trekken die je liever bij het gezicht houdt.

In zwart-wit valt dat verschil in kleur weg. Daardoor kunnen licht, lijnen en de uitdrukking in een gezicht meer opvallen. Dat maakt een foto niet vanzelf eerlijker of beter. Een geforceerde glimlach blijft ook zonder kleur een geforceerde glimlach.

Ik zou de keuze daarom bij de foto laten beginnen. Wat zie je, en wat helpt om naar die persoon te blijven kijken? Meer over die afweging lees je bij zwart-wit of kleur in portretfotografie. Je kunt ook mijn zwart-witportretten bekijken om te zien wat het weglaten van kleur doet.

Kiezen zonder alleen naar je kin te kijken

Als je foto's van jezelf bekijkt, is het verleidelijk om meteen te zoeken naar wat je niet bevalt. Je haar zit anders dan je dacht. Je ziet een plooi, een kin, iets waar een ander misschien helemaal niet naar kijkt. Voor je het weet beoordeel je losse onderdelen en ben je jezelf kwijt.

Probeer eerst naar het geheel te kijken. Herken je die blik? Zit je zo als je met iemand praat? Knap op een foto staan mag natuurlijk. Maar ik zou herkenning zwaarder laten wegen dan een gezicht waar nergens iets op aan te merken valt.

Laat iemand meekijken die je goed kent. Die kan een uitdrukking herkennen die jou zelf nauwelijks opvalt. Kijk er een dag later nog eens naar. En let op de foto waarop je voor je gevoel niets bijzonders deed. Misschien hoefde dat ook helemaal niet.

Hoe authentieke portretfotografie er voor mij uitziet

Ik begin niet met fotograferen. Ik begin met koffie. En een gesprek. Soms over je werk, soms over wat je bezighoudt, soms over helemaal niks bijzonders. Wat er dan gebeurt is dat je ontspant. Niet omdat ik iets speciaals doe, maar omdat je even de ruimte krijgt om te zijn wie je bent.

Zwart-wit studioportret van Michiel Heijmans met bril en baard, in een donker overhemd.

En dan, op het moment dat je vergeet dat ik er ben, pak ik mijn camera.

De foto die je dan krijgt is geen foto van hoe je eruitziet. Het is een foto van wie je bent. Dat klinkt groot, maar het is het resultaat van genoeg tijd nemen.

Dat is wat ik bedoel met authentieke portretfotografie. Niet een stijl, niet een filter. Een manier van werken.

Een overzicht van mijn werk vind je bij mijn portretten.

➜ Meer over hoe een PAUZE-portretsessie werkt en wat je kunt verwachten

← Alle artikelen

Inschrijven voor mijn nieuwsbrief

Schrijf je snel in en ontvang gratis mijn e-book met 5 onmisbare tips voor straatfotografie!