Altijd AAN

Van de week zat ik in mijn stoel, laptop op schoot en een upload in mijn Lightroom CC als voorbereiding op een sessie selecteren en bewerken. Naast me balanceert mijn iPad Mini op de leuning, een oude aflevering van het Vlaamse Liefde voor Muziek waarin Suzanne & Freek het nummer Passie van Clouseau zingen. Ik moet die afleiding naast me hebben om me te concentreren op mijn passie.

Ik sta altijd aan. Als straatfotograaf en als ondernemer, vader, marketeer, man, vriend en in willekeurige volgorde. Mijn hoofd is als een motorrijder over een klaverblad op de snelweg tijdens spitsuur. Kennis absorberen, denkbeelden ontwikkelen en twee stappen verder durven kijken terwijl de bedrijfsrekening opdroogt en je glimlach breder is dan je gezicht toelaat.

Als fotograaf ben je nooit alleen fotograaf. Het is mooi als je fotografeert voor je hobby, want dan kun je lekker in je vrije tijd aan de slag. Het is een gegeven. Als je van je hobby je werk maakt, dan ben je altijd aan het werk. De druk is dan wel een stuk minder. Let op: Alleen als je de passie voor fotografie kunt vasthouden en met je mee kunt nemen in je fototas.

Als je fotografeert voor je werk, is het handig andere hobby’s te hebben. Die mogen best vlak naast elkaar liggen. Films kijken en het licht analyseren, of tekenen met schaduwen. Maar ook nog dichterbij elkaar. Je kunt ook als portretfotograaf zijn en voor je hobby landschappen fotograferen. Een “different beast”, zeggen de Amerikanen. Mijn hobby is straatfotografie en mijn werk is het geven van (straat-) fotografieworkshops. Dan komt het wel heel erg dichtbij, maar zelfs dat mag.

Ik sta altijd aan, maar zal de laatste zijn om daar grondig over te klagen. Ik zoek een nieuwe route in een nieuwe stad, terwijl ik in gedachten over mijn camera tuur. In de verte komt een man aan op een bakfiets en ik besluit met de workshopgroep te gaan “pannen”. Het gaat regenen en het valt me ineens op dat met een iets langzamere sluitertijd de regen minuscule streepjes maakt tegen een donkere achtergrond. Uit mijn tas pak ik een notitieboekje en ik schrijf snel iets op, terwijl ik met mijn andere hand over mijn camera de ontspanknop beroer. Stel je voor dat ik iets mis.

Ik sta altijd aan en eerlijk gezegd is de enige last die ik ervan heb, dat ik er zelf weleens moe van word. Fysiek, hè. Vroeg naar bed met een kleine angst dat die burn-out weer om de hoek ligt. Dat is natuurlijk ook zo, dus op de rem drukken met mooie muziek of goede gesprekken is dan zeer belangrijk. Even eruit in je eigen hoofd. Even een paar dagen weg heeft minder zin, want dan wil ik alsnog fotograferen. Dan moet ik alsnog fotograferen. Een stad niet gefotografeerd, dat past niet in mijn boek.

Als je altijd aanstaat, moet je je daar misschien maar gewoon aan overgeven. Niet dat ik ook maar iets weet van het idee daarachter of een degelijke wetenschappelijke onderbouwing daarvoor heb. Maar ik ga ’s avonds naar bed zonder piekeren en slaap direct in als ik besloten heb mijn ogen dicht te doen. Ik word ’s nachts niet wakker om ideeën op te schrijven, of te ijsberen door een slecht verlichte woonkamer. Er wordt ’s nachts nooit glas melk gedronken. Ik sta aan tot het op is en ik echt moet gaan slapen, en dat heeft iets comfortabels ook. En je overgeven aan aanstaan lijkt de creativiteit te bevorderen.

De fotograaf is een dromer. Je herkent het vast. Je droomt van een expositie, een boek, een gewonnen prijs of een andere stip aan de horizon. Ik denk dat de dromer ook altijd aanstaat. De dromer koestert frustratie en hoop. De dromer stapt over een mislukte foto heen, omdat hij altijd wil blijven leren. De dromer beschermt de fotograaf, en houdt zijn scherpstelpunt op de horizon.

Als je altijd aanstaat, kun je maar beter af en toe wegdromen.

Dit artikel verscheen eerder in Focus Magazine (het beste fotoblad van Nederland), waarvoor ik in 2023 en 2024 elke editie een column mocht schrijven.

Volgende
Volgende

AI in fotografie