Waarom bijna iedereen een hekel heeft aan op de foto gaan

Je kent het gevoel. Er wordt een camera op je gericht en iets in je verandert meteen. Je weet niet meer waar je handen zijn. Je trekt een glimlach die je zelf ook niet gelooft. En achteraf, als je de foto ziet, denk je: is dit echt hoe ik eruitzit?

Je bent niet de enige. Vrijwel iedereen heeft er moeite mee. Van mensen die nooit voor een camera staan tot mensen die het al tientallen keren hebben gedaan. Het ongemak bij portretfotografie is een van de meest gedeelde ervaringen die er zijn. En toch praten we er nauwelijks over.

Dit artikel gaat daar wel over. Niet om het op te lossen, maar om het te benoemen. Want het begint met herkenning.

Je bent niet stijf, de situatie is dat wel

Stel je voor: iemand die je niet goed kent, vraagt je om voor hem te gaan staan. Je mag nergens tegenaan leunen. Je weet niet hoe lang het duurt. En alles wat je doet, wordt vastgelegd.

Dat is een vreemde situatie. Een onnatuurlijke situatie, zelfs. Mensen zijn niet gemaakt om zomaar stil te staan terwijl een ander naar ze kijkt en op een knop drukt. We zijn gemaakt voor gesprek, beweging, interactie. Een portretshoot haalt je daar volledig uit.

Het gevolg is dat je jezelf gaat spelen. Je doet wat je denkt dat iemand van je verwacht. Je trekt je schouders recht, je zet je beste glimlach op en je wacht tot het voorbij is. En precies dat zie je terug op de foto.

Wat er dan gebeurt op de foto

Een geforceerde houding is zichtbaar. Niet omdat je er raar uitziet, maar omdat er iets ontbreekt. Iets wat er normaal altijd is: jijzelf.

De lijn van je schouders is net te strak. Je ogen lachen net niet mee. Er zit iets in je gezicht wat zegt: ik wacht. En dat is precies het probleem. Niet dat je niet fotogeniek bent. Maar dat je op dat moment niet aanwezig bent.

Charissa Promes, die al veel shoots achter de rug had, verwoordde het achteraf zo: "Ik heb veel shoots gedaan, maar de foto's waren toch echt anders. Puurder en persoonlijker. Zo heb ik mezelf niet eerder gezien."

Dat verschil zit hem niet in de lens of de belichting. Het zit hem in wat er aan de shoot voorafgaat.

Het ligt niet aan jou

Dit is misschien wel het belangrijkste wat je uit dit artikel kunt meenemen. Als jij je ongemakkelijk voelt voor de camera, is dat geen persoonlijk falen. Het is een logische reactie op een situatie die gewoon niet zo prettig is.

De meeste portretshoot zijn te kort, te zakelijk en te weinig gericht op de persoon voor de camera. Je wordt binnengehaald, je krijgt een paar aanwijzingen, er worden foto's gemaakt en je gaat weer naar huis. Dat kan werken voor een snelle headshot. Maar voor een portret dat echt iets zegt? Daar heb je meer voor nodig.

Meer tijd. Meer rust. Iemand die eerst luistert voordat hij zijn camera pakt.

Wat een portret eigenlijk vraagt

Een goed portret begint niet op het moment dat de fotograaf op de knop drukt. Het begint veel eerder. In het gesprek. In de sfeer die er al is voordat er ook maar één foto is gemaakt.

Als je je op je gemak voelt, ontspan je. En als je ontspant, verdwijnt de pose. Dan wordt het echt.

Milan Walraven omschreef het na zijn shoot als volgt: "Vanaf het eerste moment zorgde Michiel voor een ontspannen en warme sfeer. Hij stelt je echt compleet op je gemak om zodoende het beste uit jezelf te halen."

Dat is geen bijproduct van een goede shoot. Dat is het uitgangspunt.

Herkenbaar?

Dan is het goed om te weten dat het anders kan. Dat er een manier van werken bestaat waarbij de foto's niet voelen als iets wat je hebt overleefd, maar als iets wat je hebt meegemaakt.

In een volgende post ga ik dieper in op waar dat ongemak vandaan komt en waarom het zo hardnekkig is. Want als je begrijpt wat er gebeurt, kun je er ook mee omgaan.


Herken je dit gevoel? Dan is PAUZE misschien precies wat je zoekt. PAUZE is een portretsessie van een dagdeel, waarbij het gesprek voorafgaat aan de camera. Geen haast, geen poses, wel een portret dat echt van jou is. Lees meer over PAUZE.

Volgende
Volgende

Waarom ik soms bang ben dat ik alles al gefotografeerd heb